Ondertussen in Japan, 4 september 2016

We rijden naar Schiphol.  Bus 197 door de binnenstad van Amsterdam. Leidseplein, Museumplein, een stoet sjokt achter een oranje vlaggetje. Achterblijvers, trouwe volgers. De differentiatie van de mierenhoop. Het massatoerisme vindt zijn eigen herkenbare ordening.

Ooit liep hier de kortste snelweg van Nederland. De Amsterdam 1, van Rijks naar Concertgebouw. Hobbelen op steentjes. De toerist onherkenbaar tussen de Amsterdammers. Die Amsterdammers hebben dit deel van de stad opgegeven. En ik ben weg.

Het oude Haarlemmermeerstation. In de zestiger jaren vertrok hier de bus van Maarse en Kroon naar Zevenhoven, waar mijn oom en tante het huis van de secretaris bewoonden. Aan de overkant groeide mijn vader op in de Bernard Kochstraat. Ik zie zijn vuisten, slank en gehard voor de strijd op straat. En de mattenklopper van mijn oma. Hoe disciplineer je een sterk en angstig kind? Wat was toekomst in de diepe armoede van de jaren dertig? Man dood, ploeteren als dienstmeisje, een kleine jongen thuis. Had ze een droom, hoop misschien?

Mijn vader. Dit was zijn school voor het leven. Hij kan het niet meer uitleggen, maar hij heeft het me laten zien.  Hij werd 1 september 87. Ik drink vanavond een borrel met hem. Ja, ik kijk ernaar uit.

Bijna bij Schiphol. We gaan naar Tokio.

1

De Japanse stewardess zingt haar mededelingen door het vliegtuig.Waar het Nederlands daalt, stijgt het Japans: to KI o.

Eindelijk weg. Reizen is loslaten en open gaan. Japan komt langzaam naderbij.

2

Het is 10 voor middernacht. Maar ik doe alsof het 7 uur later is. Slapen lukt niet. Al branden mijn ogen. Ik zie drie films. De borrel met mijn vader zat er niet in, hij was verhinderd. Maar zijn grappen hoor ik nog steeds. Als ik ze doorvertel.

Twee uur later landen we. 9 uur in Tokio. We doen boodschappen op Narita, de luchthaven: Wifi-zender, JR-pas voor de sneltrein, Japanse Yens bij een automaat van 7Eleven, supermarkt en bank. Ons hotel staat in wolkenkrabberwoud Shinjuku, en doet weinig onder voor de reuzen die ons omringen. Ze staren ons wezenloos aan op onze kamer 27 hoog.

3

We eten sushi in het hotel en krijgen sushi-les van een grootmeester. Opmaat voor drie weken genieten.

Een kort middagslaapje en dan verkennen we de wijk. Aan de voet van de moderniteit ligt het immense Shinjuku-station en smalle straatjes met nightlife. Lichtreclames schetteren verleidelijk als zoenen die onophoudelijk van rode lippen smakken.

We eten op een etage in een zijstraat. De serveerster zegt verbaasd dat ze geen Japans maar Chinees eten serveert. Het smaakt goed, net als het koude bier. Om 10 uur val ik als een blok in slaap, om bijna 12 uur later weer wakker te worden.

4