Ondertussen in Ansterdam, september 2018

Het nieuwe huis wordt door familie verkend.
Mijn schoonvader leidt ze rond. Het appartement, de gratis koffie, de grote tuin die zich ontvouwt tussen blinde muren.
‘Hoe vnden ze je nieuwe huis?’
‘Mooi natuurlijk’. Hij kijkt voor zich uit.
Oude kennissen reageren op de verhuiskaart. Ze telefoneren naar het woonzorgcentrum. Hij spreekt voormalige buren en een collega van de oliemaatschappij.
‘Wat zeggen ze over je verhuizing naar Amsterdam?’ Hij kijkt me peinzend aan.
‘Tja, ze dachten dat er iets met mijn gezondheid was’. Verbaasd zegt hij:
‘Maar ik moest natuurlijk gewoon weg uit het revalidatiecentrum’.
Niets heelt beter dan de geest.

Ondertussen in Amsterdam 18 september 2018

Een nazomerdag. De deuren van de eetzaal openen hun armen  naar de tuin. De bewoners eten buiten. Barbecue, partytent, een zweem van zomer.
Vier jonge meisjes zingen Tulpen uit Amsterdam. Ze staan stil bij zijn tafel. Mijn schoonvader kijkt op en legt zijn bestek neer.
‘He, hee, heee , heee.’ Lichte stemmen klimmen omhoog. Dan draaien de heupen en maken ze een dansje.
‘Kom van dat dak af’. Hij zit op zijn stoel, kijkt van de een naar de ander en glimlacht.
Zwieren in gedachten.
Na anderhalf uur is hij moe.
‘We gaan naar boven’. Zevenentachtig. Geen zorg om een hoogtepunt te missen.
Het onvergetelijke is geoogst.

Ondertussen in Amsterdam, 1 september 2018

Jarig

Op mijn verjaardag ontwaak ik met felicitaties.
Een rij op mijn telefoon. Mijn vinger duwt ze omhoog en stopt.
Een bericht uit het verleden, van de vroegere beste vriend.
Ooit deelden we hart, huis en heden.
Biljart in de keuken, stoel voor het raam, Lenin aan de muur.
De trias adolescentia: spel, vergezichten, revolutie.

Vijf jaar geleden schreef mijn vroegere beste vriend een poëtisch bericht van verhindering voor ons feest. Weemoed, warmte, afstand, ik kon kiezen welk laatje open te trekken. En pakte de telefoon. Een kort gesprek.
Met ingehouden adem vroeg ik:
‘Zullen we elkaar binnenkort zien?’ Ook hij hapte lucht:
‘Dat gaat wel snel. Geef me even de tijd.’
Nu weet ik, met het gedicht op de kaart had hij zichzelf getroost. Het oude lied van de liefde gedraaid daags voordat de scheiding wordt uitgesproken.
Ik begreep dat niet meteen. Stuurde vergeefs kaartjes uit buitenlanden en een incidenteel smsje. Tot een paar jaar geleden. Als de wind gaat liggen, dooft langzaam het vuur.

Ik ontmoet bij een werkbezoek de vriend van de vroegere beste vriend.
‘Zie je hem nog?’
‘Nee’, zeg ik, ‘dat is een tijd geleden’. Het is stil. Waarom is deze grote vriendschap verschrompeld? Ik herinner me stiltes, een verhuld verwijt, herhaalde afzeggingen. Geen woorden maar daden. Rouw, uiteindelijk. De rivier is langzaam drooggevallen.

Ik open de app. De toon is hartelijk.
Ik hoor geen stem en zie geen gezicht.
De woorden feliciteren me met de leeftijd die ik vandaag achter me laat. Een jaar ernaast.
Ik bedank hem.
We leven in andere tijden.