Ondertussen 23 januari 2021

C
De mens broedt het uit
baant zich een weg
Hollandse natuur

XCIX
Avondwandeling
na negen uur
nog geen hond te zien

XCVIII
Een half uur erbij
wat moeten we
zonder de Kamer?

XCVII
We halen adem
eed, song, gedicht
Waarheid is woorden

XCVI
Stel je voor, een bel,
haast je van straat
Ieder – zonder hond

XCV
De kippen op stok
deskundigen
van de avond klok

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 22 januari 2021

XCIX
Avondwandeling
na negen uur
nog geen hond te zien

XCVIII
Een half uur erbij
wat moeten we
zonder de Kamer?

XCVII
We halen adem
eed, song, gedicht
Waarheid is woorden

XCVI
Stel je voor, een bel,
haast je van straat
Ieder – zonder hond

XCV
De kippen op stok
deskundigen
van de avond klok

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 21 januari 2021

XCVIII
Een half uur erbij
wat moeten we
zonder de Kamer?

XCVII
We halen adem
eed, song, gedicht
Waarheid is woorden

XCVI
Stel je voor, een bel,
haast je van straat
Ieder – zonder hond

XCV
De kippen op stok
deskundigen
van de avond klok

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 20 januari 2021

XCVII
We halen adem
eed, song, gedicht
Waarheid is woorden

XCVI
Stel je voor, een bel,
haast je van straat
Ieder – zonder hond

XCV
De kippen op stok
deskundigen
van de avond klok

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 19 januari 2021

XCVI
Stel je voor, een bel,
haast je van straat
ieder – zonder hond

XCV
De kippen op stok
deskundigen
van de avond klok

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 17 januari 2021

XCV
De kippen op stok
deskundigen
van de avond klok

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 9 januari 2021

XCIV
De zon neemt afscheid
het strand spoelt leeg
een bal rolt in zee

XCIII
Zijn woorden spoelen
hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 8 januari 2021

XCIII
Zijn woorden spoelen
hun hersens leeg,
make them great again

XCII
Niet dat het vriest, of
de winter wacht.
Einde van het jaar

XCI
De kerstdis van de
intervisie
Foto’s, een glimlach

XC
Wachten op de prik
streep op de muur
adem inhouden

LXXXIX
Op straat, vrijdagnacht,
etalages,
stille beloftes

LXXXVIII
Een maandje op slot
water en brood,
en ander voorrecht

LXXXVII
Essentiële
boodschap, hoor en
bespeel de ruimte

LXXXVI
Een plastic tas waait
door onze straat
Maandag, december

LXXXV
De straten stromen
vol, de lock down
aan de horizon

LXXXIV
Zijn foto is er,
onze woorden
we nemen afscheid

LXXXIII
Meesterlijk kon hij
zwijgen, elk woord
een blad in de wind

LXXXII
Herinneringen
Je maakt het mee
Nu blijkt het dierbaar

LXXXI
Hij ging met de wind:
tevreden, zijn.
Het gras hier is groen

LXXX
Een rood adresboek
Foto’s zwart wit
Een scheidsrechtersfluit

LXXIX
Als het leven stopt,
zoeken woorden
je afdruk in ons

LXXVIII
Een zucht, de laatste
vredige punt,
rust in je verhaal

Dick van den Berg
12 okt 1930 – 1 december 2020

LXXVII
Eerst verdwijnt ruimte
uit het leven
dan vergaat de tijd
(Voor Dick)

LXXVI
Voorwaarde om thuis
te komen, is
onderweg te zijn

LXXV
Het is schier te geef,
zwarte vrijdag,
Covid uitverkoop

LXXIV
Zaterdag Artis
De mensaap heeft
iets beters te doen

LXXIII
Het archief staat in
de Vijzelstraat
Is niet te missen

LXXIII
De bel, een pakket
een mens gezien
nat van de regen

LXXI
Je geboortedag
Zesentwintig
We koesteren je

LXX
Je werpt een schaduw
die afstand neemt
als de avond valt

LXIX
Ik ga naar mijn werk,
trappetje af,
ontbijt aan de kant

LXVIII
Fuji, Kyoto
een prent, foto’s,
is het echt gebeurd?

LXVII
Archiefonderzoek
verstoppertje
in ruimte en tijd

LXVI
Mijn grootvaders naam
geschreven in
jaar negentien twee

LXV
Dagje beeldbellen
ontmoetingen
met negen vakjes

LXIV
Het Blauwe Theehuis,
raap op de stoep
je loof en koffie

LXIII
Niets is wat het lijkt
Een grote troost
Als alles stil staat

LXII
Zijn knieën geknikt
een kop koffie
man schuifelt op straat

LXI
Het regent vandaag
pijpenstelen
De boom verliest kleur

LX
Een gokje wagen,
besmettelijk?
Het casino zwijgt

LIX
Stil op de A2
het asfalt kerft
een kras in de wei

LVIII
Presidenten gaan
Praatjes blijven
Een wolk drijft voorbij

LVII
Openbaar vervoer
De boot stopte
niet bij de halte

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L. 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XLIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XLVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XLVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XLVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XLV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XLIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XLIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase
hartelijk gegroet?

XLII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XLI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XL
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen in Amsterdam,
4 januari 2021

De wachtkamer bij de oogarts.
Een groene bank met glazen schotjes.
Ongewoon veel lege plaatsen.

“Pff, het is benauwd.”

De vrouw tegenover me wijst naar haar mondkapje.

“Wat duurt het lang. Elke twee jaar moet ik bij dokter C komen. Voor controle hé? Als het mooi weer is, kom ik op de scooter. Nu heeft mijn man me gebracht. Maar die mag niet naar binnen. Alleen als je een afspraak hebt hè? “

Retorische vragen, wachtend op bevestiging. Die geef ik.

“Ik ben gestresst. Ik heb vanmorgen al slecht nieuws ontvangen. Mijn schoolvriendin is overleden. Nee, niet onverwacht, ze lag al een paar dagen in coma. Morfine.”

Ik vraag hoe oud ze is geworden.

“Eenentachtig. Maar ja, ze doet ook niks. Uit het raam kijken. Alleen dat. Niet praten, niet telefoneren. Niets.”

Ze kijkt om zich heen, alsof haar vriendin haar elders in de wachtkamer van repliek zal dienen. Mopperen doet leven.

Haar naam wordt geroepen. Ze veert op.

“Goedemorgen!”

Ondertussen in Amsterdam,
2 januari 2021,

De Pandemie (VII)

Dit maken we mee

we bewegen
naar Holysloot
wandelaars groeten
ganzen vluchten
slootjes poseren
voor foto’s

Het waterland
opgemaakt met
huis, boom, beest,
en
januari licht
een uurtje
aan de nevel ontsnapt

Voorover
met baard
op het stuur
zegt een man
hoi
mist zoekt zijn bril
misschien heeft hij haast
ik zal het niet weten

Op de stoep
van de oude school
schenkt ze koffie,
twee koekjes met suiker,
een glimlach

Drank, koek en lach
genuttigd
om warm te worden

Beeld, smaak, gebaar
bewaard
om op te schrijven