Ondertussen in Amsterdam 18 februari 2018

Liegen is een deugd. Goed voor onze kinderen, een te leren les in de opvoeding. Zonder het leugentje om bestwil word je het leven niet meester. Jokken of verzuipen.

Het stond in de krant. De weekendkrant, waar we elke zaterdag worden onderwezen in levensstijl. En met elkaar afspreken: Stijl of Geen stijl.

Ik dacht aan Halbe en kijk naar het filmpje van het VVD-congres. Halbe vertelt een verhaal. Een man, gehesen in strak vel, een zachte twinkeling, onder zijn arm de grote boodschap. Van goed en kwaad. Geen krak in zijn stem, geen zenuw in zijn gelaat, geen gebaar verraadt een andere waarheid.

Zijn handen boetseren het beeld van Poetins kamer. En wijzen naar de stille plek in de hoek. Daar zat Halbe, de oren gespitst, de ogen geknepen, de woorden memorerend met een stille glimlach.

Ik geloof hem op zijn blauwe ogen. Of waren ze bruin, of groen?

Ik ben in de war.
Geen idee waarom Halbe er vorige week plots een leugen van maakte.
Jokken dat je gelogen hebt.
Om wiens bestwil doe je dat?
Het is briljant want onnavolgbaar.
Ik onderzoek vergeefs de krant.

Ik hoor de bel. Halbe aan de deur. Ik koop een roodleren encyclopedie. Prachtige aankoop.

Ondertussen in Amsterdam, februari 2018

Mijn schoonvader was gevallen. Niet voor het eerst. Het ziekenhuis begroette hem als oude bekende, al had de lieve verpleger hem nog nooit ontmoet.
Op zijn hoofd pronkte een witte lap waarin de wond zich schuil hield.
Onder zijn schedel voegde een nieuwe bloeduitstorting zich bij de erfenis van vorige week. Hij liep al 3 maanden wankel en bestreed dat – conform het zwaarwegende advies van de huisarts – door meer zout te eten. Een diagnose van semi-moderne toverkunst.

Dit was het tweede weekend dat een ambulance hem ‘s avonds op de spoedeisende hulp afleverde. Mijn schoonvader was daar niet uit het veld te slaan. Hart op slag, bloed op orde, alle vragen onder de knie.
Waar hij was?, vroeg de verpleger. Johannes de Deo, zei hij. Zo heette het hospitaal drie fusies geleden. Grapje, die naam kende het jongere personeel natuurlijk niet.
De val had hij niet meegekregen en het was nu echt tijd om weer naar huis te gaan. Toen de neuroloog dat doorkruiste met een opname onderging hij dat als was hij plots in een diepe plas gestapt. Je had beter kunnen weten, maar je verzetten tegen natte voeten was nu zinloos.

Toen de weg naar huis een paar dagen later via de operatiezaal bleek te lopen, werd zijn ommetje stilaan een hordenloop. Het was onder lokale verdoving. Maar ze boorden wel een gaatje in je hoofd om het bloed te verwijderen. Na afloop beschreef hij gedetailleerd het aanzwellende geluid van de boormachine. Vertellen is zegevieren.
Hij had de neurochirurg terloops gevraagd niet alle hersenen weg te halen.

Na de grappen kwamen ook evenwicht en lopen terug. Alles in de goede volgorde. Toen hij ontslagen werd, zei hij: lang gewacht, stil gezwegen, toch de vrijheid herkregen.

Ze gaven hem in een wit plastic tasje nog een recept goede raad, en een doos adviezen mee. Hij nam ze beleefd in ontvangst. Die kon hij thuis op een vertrouwd plekje opbergen. Het kon altijd een keer van pas komen weet je wel.

Die voeten worden vanzelf weer droog.