Ondertussen 6 mei 2020

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen in Amsterdam, 5 mei 2020

De crisis

Het woonzorgcentrum is op slot. Mijn schoonvader dobbert tijdens de corona-maanden in een aquarium waar geen vis in of uit kan. Alleen de verzorgers strooien voedsel en brengen aandacht binnen bereik. Liefdevol, moedig en trouw. Als de grens met de buitenwereld rimpelt, openen vissen hun lippen om het manna te ontvangen. Mijn schoonvader wacht op zijn beurt.

Als we langs zijn statige pand lopen, proberen we door het glas van de voordeur te kijken. Ik strek mijn nek en zie door een kier de huiskamer met een uitsnede van een man. Hij leest een boek. In rust, zijn ogen naar de bladzijden gericht. Hij is het.
Zoals altijd wanneer we op bezoek komen, leest hij, omgeven door bewoners die onrustig zijn. De buurman herhaalt elke minuut het ene woord dat hij nog kan formuleren. Anderen wisselen zinnen die geen gesprek worden. Mijn schoonvader koestert onverstoorbaar zijn eigen luchtbel. Zien ze hem niet? Niemand die hem aanspreekt, alsof hij getooid is met Harry Potters Onzichtbaarheidsmantel. Misschien heeft hij zijn opleiding op Zweinstein gekregen en houdt hij zich meesterlijk schuil onder de Dreuzels. Wat wij heftig vinden, ontsnapt hij al voordat het hem bezwaart. Zijn bezemsteel heb ik bij het opruimen in Voorburg niet gevonden maar dat zegt natuurlijk niets. Wij toveren niet.

Hij leest nog steeds. We wandelen langs de gracht verder, gerustgesteld.

De communiqués van het centrum volgen elkaar op. Plechtig wordt uitgelegd dat men alles in het werk stelt om de veiligheid van de bewoners te borgen, de regels van de overheid op de voet volgt en mondkapjes derhalve niet nodig zijn, behalve dan wanneer een medewerker onverhoopt ziekteverschijnselen heeft. Dat lees ik nog een keer. En dan nogmaals. Die verzorger mag dan doorwerken, begrijp ik, ziek mét het mondkapje, dat tot dat snotterige moment is aangebroken zorgvuldig achter slot en grendel wordt bewaard. Uit de emails spreekt weinig onzekerheid. Argumenten gestapeld als slecht passende steentjes en gelijmd met beleid. Ook dat hoort bij een crisis. Hoe komt dat beleid bij de verzorgers binnen, die dagelijks langs het ravijn lopen, en wonderwel hun evenwicht en goede moed behouden? Het wekt nog meer ontzag.

Het wonder geschiedt niettemin. Niemand van de veertig bewoners is officieel coronaziek. Mijn schoonvader spreken we via de Ipad die de verzorgers als moderne telefonistes bij de gebelde inprikken:
‘U heeft bezoek!’
Zijn gezicht is op het scherm. Hij is vrolijk, geïnteresseerd en snel tevreden. Na een paar minuten klinkt het:
‘Nou, doe iedereen de groeten en dank voor het bellen, het beste!’

De laatste weken mag er aan weerszijden van een glazen deur worden gesproken. Het is een uitzonderlijke situatie met het corona-virus, dat begrijpt hij. Sinds maart heeft geen bezoeker het woonzorgcentrum betreden. Hij zegt geruststellend:
‘Ja, kijk, dan zijn er een heleboel mensen ziek en dan noemen ze dat een epidemie.’
Problemen zijn er om een kopje kleiner gemaakt te worden. Zijn bezemsteel heeft hij nog.

Ondertussen 4 mei 2020

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 3 mei 2020

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 2 mei 2020

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 30 april 2020

XXXIX
Wat is de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 29 april 2020

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 28 april 2020

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen in Amsterdam, 21 – 27 april 2020

De pandemie (IV)

De huizen luchten,
de pleinen spelen fluit,
straten geuren zoet en
de parken, bloeiend jong,
de parken dagen uit…

… te hinkelen van moeten naar ont-moeten
nu alles hetzelfde weer wil worden
opdat onbevruchte afspraken
herinneringen kunnen baren,
de tijd zich opwindt

Ik vraag je
zullen de wezen hun ouders vinden
zoeken we de kruimels die we lieten?

De oude binnenstad
verlaten door de hoerenlopers lonkt naar haar oude vrienden

nu Nutella haar boterham niet smeert
bezoekers bij de banpaal keren
het pretpark roest achter de hekken
pogen je familie tot leven te wekken

Flirt in berouw of in berekening,
de keus is, wie wil je zijn
opdat alles onherkenbaar eender wordt

Ondertussen 27 april 2020

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis