Ondertussen in Amsterdam, 21 juli 2022

Cas Enklaar is overleden. Teletekst, Parool vertellen dat hij in 1970 een van de oprichters van het Werktheater was. Hij moet toen zevenentwintig zijn geweest. Revolutionaire voorstellingen volgens de NOS.

Niet lang geleden geleden zagen we elkaar nog, op straat, of in de supermarkt, ik probeer me de plaats te herinneren, maar alleen zijn zachte trekken en de begroeting zijn gebleven. Een begroeting, waaraan een ontmoeting vooraf ging, in Rome, vijfendertig jaar geleden.

Ik was een paar dagen alleen op vakantie alvorens vrienden te treffen en had mijn ziel onder mijn arm meegenomen. Die was zwaar van liefdesverdriet, het echte, dat achtervolgt en pijnigt, weerloos maakt tegen herinnering en verwachting, terwijl de dag aan je voorbij gaat.

Ik logeerde op het Campo Fiori, een intiem, eeuwenoud plein in het hart van de oude stad. De gebouwen vouwden zorgzaam een arm om de groentemarkt en de terrasjes. Een uitnodiging om te zitten en te zijn. Aan het tafeltje naast me zag ik een man alleen. Lang, mager, met een glimlach die evenveel beloofde als verborg. Hoe Cas en ik in gesprek raakten, is niet belangrijk. Twee mensen alleen in een vreemde stad, zo werkt de natuur. Herkende ik in hem de beroemde acteur? Ja, zonder zijn naam meteen te reproduceren. Het Werktheater had ik een paar keer gezien, en met Shireen Stroker, Peter Faber, Gerard Thoolen, Joop Admiraal behoorde Cas Enklaar tot de culturele BN-ers.

Van koffie kwam lunch, uren bleven we op het plein, waar we nu zonder haast of ongemak deel van uitmaakten. Wat kun je reproduceren van een gesprek dat uren duurde en derhalve geen obligate uitwisseling over Rome is geweest? De inhoud sneuvelt als eerste, maar toon en sfeer houden in het geheugen stand. Hij vond me leuk en ik was onder de indruk van zijn belangstelling en van zijn werk. Al was de mannenliefde geen lonkend alternatief, zijn interesse was balsem voor de gewonde ziel. Voorkomend, charmant, een intelligente man die gezien had en gehoord werd.

Toen we afscheid namen, lag een weerzien voor de hand want we bleken in Amsterdam op een steenworp van elkaar te wonen. En zo ging het, groeten op straat, eerst nog enkele zinnen, tot dat uitdoofde, maar de herinnering aan Rome werd steeds even uit de la gehaald, in gedachte gebracht, om weer dichtgevouwen en opgeborgen te worden.

Dat we op tenminste één punt hetzelfde in het leven stonden, bleek uit een reportage die AT5 enkele jaren later over hem maakte. Hij beschreef de grote bevrediging die hij voelde als hij een vuilniszak dicht kon knopen die tot de rand gevuld was, om deze vervolgens buiten de deur te zetten. Er was iets afgerond, opgeruimd, voltooid. Volslagen absurd? Zeer herkenbaar. De poëzie van het alledaagse, onder handbereik als je het vermogen hebt om te zien, en te verbeelden. Hij zei het gewoon.

Met de liefde is het een jaar later goed gekomen.

Ondertussen in Afife, 9 mei 2022

De tuin staat er prachtig bij. Als in een droom. In een week is het groen verdubbeld. Kijk, het kronkelpaadje van Waalsteentjes met in de binnenbochten de ruime borders. De pioenrozen die op uitbreken staan. De lavatera met groene knoppen, dik als grote frambozen, waarin roze en witte bloemen schuilen.

De deur van het huis staat open. De vrouw in de huiskamer is me vreemd. Middellang donker haar, een regelmatig gezicht, zeker twintig jaar jonger dan ik. Toen moet ik haar ontmoet hebben, van voorstellen kan eigenlijk geen sprake zijn. Toch noem ik mijn naam.
    “Ik zeg even gedag, ik doe nog steeds de tuin. Geen probleem hoor, ik vind het leuk om te doen.”
    “Oh prima.”
Een begroeting als op het schoolplein. Beleefdheid voorkomt contact. Dat ik elke week onkruid en dode bloemen verwijder, is als het weer. Let er niet op en het hindert je niet.

De grote kamer heeft perfecte afmetingen constateer ik tevreden. Opgezet in het 4 bij 3-metrum dat ik zorgvuldig in het huis heb toegepast. En zie, de parketvloer, na dagenlange verkenningen gevonden in Weesp en zelf gelegd. Het hout staat mooi in de was. Het meubilair is tegen wanden en raam geschoven. Zou men de kamer te klein gevonden hebben? Of willen deze mensen elk moment van de dag kunnen dansen? Het is vertrouwd en onherkenbaar. Ik hoor hier niet te zijn, maar ik ken nu eenmaal de weg.

Nogmaals begin ik een praatje met de vrouw, maar voor ze kan antwoorden, voegt haar echtgenoot zich bij haar. Hij negeert me, dat begrijp ik wel, hij lijkt me geen man van herinneringen. Toch ben ik geen onbekende. Niet voor het huis. Ik voel nog steeds de aandrang het te beschermen. Misschien dat ik daarom de tuin onderhoud. Toch, de woning lijkt zich aangepast te hebben aan de vreemden bij wie ze nu hoort. Haar smaak is modieuzer, de kleuren van de kozijnen frivoler. Als een oude liefde die je op straat ontmoet, met een ander kapsel, nieuwe make-up. Maar met de vertrouwde glimlach.

In de tuin kijk ik naar het huis, de 19e eeuwse ramen, de knipvoegen. Ik ken elke steen, elk stopcontact. Het bezit heb ik verkocht, maar ze heeft me niet verlaten. Of me dat spijt, weet ik niet. Maar wat is de zin van vergeten?

Toen, toen werd ik wakker.

Ondertussen, 6 mei 2022

Zonsondergang

Vuur, overgaand in zwarte vegen, met scherpe, lichte scheuren. Boven het diepe oranje een lichter, wegvloeiend in korenblauw.

Niet even, een paar minuten voordat de zon onder gaat. Maar uren, de hele reis lang.

Alsof de wereld voorbij de horizon in brand staat. Daar, waar gevochten wordt.