Ondertussen in Miyajima, 13 september 2016

We treinen en varen naar Itsukushima, het heilige eiland dat als tweede naam Miyajima draagt. Dat laatste staat op de T-shirts die in de vele toeristenwinkels te koop zijn. Een heilig eiland. Je mag er wonen maar niet worden geboren of begraven.

Een grote tori, de traditionele toegangspoort voor tempels staat in de kustlijn in zee. Bij eb loop ik er naartoe, en zie de schelpen aan de basis van het immense bouwwerk. Tussen de schelpen en rond de staanders talloze verweerde muntjes. Geloven is offeren. Als we vertrekken staat de tori trots in zee. Een iconisch beeld.

30

We bestijgen een berg met een kabelbaan, een vervoermiddel dat ik vroeger wist te vermijden. Maar alles is veranderbaar, zeker als een knie gebutst is en je geliefde een oorontsteking heeft. Het oor is iets beter maar nog steeds pijnlijk. De knie wordt in de loop van de dag dik en warm. Bij lunch en diner vraag ik in de restaurants om ijs, wijs naar mijn knie en meteen knikt men en komt met een grote zak klontjes aan. Vanavond zelfs aangevuld met 2 aan elkaar geknoopte doeken om het ijs goed vast te kunnen binden. Hoe attent is men hier, het blijft ons treffen, iedere keer weer.

Hoog boven de zeespiegel zien we de Japanse Binnenzee aan onze voeten. Ik had er voor vandaag nog nooit van gehoord. Hiroshima is ver weg maar zichtbaar als een korrelig streepje. En daarbij een archipel van eilanden. Morgen reizen we af naar een van hen, Naoshima. Shima betekent onmiskenbaar ‘eiland’.

Terug in Hiroshima eten we in een van de 20-30 restaurants in een groot winkelcentrum. Het eten is goed, heel goed. Dat is al de hele vakantie zo. Toch verwacht ik dat niet in een warenhuis. Ik weet nog dat de Bijenkorff een dikke onvoldoende kreeg van Johannes van Dam. Maar dit is Japan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.