Ondertussen 10 november 2020

LVI
Niets voorgevallen
wassen, eten
Blad versiert stilte

XXXXXV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XXXXIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XXXXVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XXXXVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XXXXVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XXXXV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XXXXIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 9 november 2020

LV
De vroege morgen,
huizen vangen
kleur op de wangen

LIV
Verandering is
de vos die haar
prooi de zege geeft

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XXXXIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XXXXVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XXXXVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XXXXVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XXXXV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XXXXIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 8 november 2020

LIV
Verandering is…
dat de vos haar
prooi de zege gunt

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?
I – L 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XXXXIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XXXXVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XXXXVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XXXXVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XXXXV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XXXXIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!
Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden
“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…
… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 7 november 2020

LIII
De expositie
heeft de deuren
zojuist weer geopend

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XXXXIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XXXXVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XXXXVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XXXXVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XXXXV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XXXXIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen in Amsterdam, 6 november 2020

Rob de Nijs heeft Parkinson. En een nieuwe CD.
Op 1 interviewt de zanger, een jonge vader met trillende handen, een grijs baardje en de glimlach van vroeger. Het eeuwige leven heeft hij nog, hij moet 120 zijn, iemand van altijd, reeds wereldberoemd in Nederland toen ik nog kinderboeken las.

In 1965 monsteren Nederpop-helden Rob de Nijs en Johnny Lion aan bij circus Boltini. Optredens in alle uithoeken van Nederland volgen. In de zomer strijken ze neer in Slotervaart, op een braakliggend terrein tegenover het Sierplein. In de witte huizenblokken die daar veertig jaar geleden zijn gebouwd, zie ik nog steeds de rode circustent en de grote doeken met de afbeeldingen van de zangers. Beroemder dan hen kun je niet zijn.

Tante Rie, zus van onze grootvader, koopt die zomer kaartjes voor het circus. Ze woont naast ons aan het Abraham Staalmanplein en werkt als loonadministrateur bij Publieke Werken, waar ze wekelijks de gemeentelijke stratenmakers uitbetaalt. Onder hen Piet Keizer en andere semi-profs van Ajax. “Praatjesmakers”, maar tante Rie neem je niet in de maling. We zijn kind aan huis bij haar. Tot haar dood in 1994 is ze nauw verbonden aan mijn moeder en ons gezin.

Die zomer in 1965 mogen mijn broertje en ik met haar naar het circus. We lopen in de warme avond tien minuten de Johan Huizingalaan af. De grote tent slokt ons op, we klimmen naar onze stoeltjes. Rob de Nijs zingt en niet op fluistertoon. Ik ben bij mijn eerste popconcert, met mijn broertje van bijna 6 en mijn 57-jarige tante. Ik heb geen idee hoe een optreden verloopt, TV hebben we niet, maar zijn muziek ken ik van de radio. Rob de Nijs en Johnny Lion zijn de eerste beroemdheden die ik in levende lijve zie. Rob danst op het Ritme van de regen. Johnny Lion doet niet voor hem onder. In Amerika achtervolgen gillende meisjes the Beatles. Die ontbreken die avond in Slotervaart.

“Wat een herrie”, blaast tante Rie naast me.
Ik bespeur grote onrust, alras geëscaleerd naar ongenoegen. Na 20 minuten is het genoeg.
“Dit is toch geen circus”.
Ze staat op, pakt links en rechts een kinderhand en zoekt de uitgang. In de zomeravond stampen we naar huis. De verontwaardiging over de rotmuziek galmt nog dagen na. Rob de Nijs heeft altijd een plek in mijn hart gehouden.

Ondertussen 6 november 2020

LII
Belmont heet de lamp
van de tandarts
Buiten zont de herfst

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XXXXIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XXXXVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XXXXVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XXXXVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XXXXV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XXXXIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen 5 november 2020

LI
Bij de brug kunnen
we afspreken,
ommetje vliegen?

I – L 20 maart – 19 mei 2020

L
Het is niet voorbij
vijftig haiku’s
zijn mijn laatste woord

XXXXIX
Willig besmet zijn
veertig mensen,
vrij en onverveerd

XXXXVIII
Economie krimpt,
taal groeit per dag:
zie hier gelaatscherm

XXXXVII
Terrasje pikken
mensen kijken
ogen naar je ziel

XXXXVI
Kansen te over
de Arena
als stiltecentrum?

XXXXV
Lang zal het duren
en af en toe
stuift een haiku op

XXXXIV
Altijd op gehoopt
ook voetbal blijkt
een evenement

XXXXIII
Controlefase,
overgangsfase,
kies ook een fase!

Op straat wel ieder
van fase X
hartelijk gegroet?

XXXXII
Het raam toont mijn film:
een nieuwe dag.
De wind gaat liggen

XXXXI
Crimineel vannacht
geliquideerd
Mokum pakt draad op

XXXX
Exitstrategie,
touwtjes vieren
baasjes uit laten

XXXIX
Virus: de boodschap?
Ruimte, natuur,
minderen, samen

XXXVIII
Eindelijk zicht voor
BN-ers op
anonimiteit

XXXVII
Elke dag zondag
de winkels dicht
vader snijdt geen vlees

XXXVI
Primeur Koningsdag:
dit jaar hopen
we niet op regen

XXXV
Ajax kampioen
in deze tijd
een zekerheidje

XXXIV
Consuminderen
was maar een woord
smaakt het doen naar meer?

XXXIII
De zon lokt ons mee
een passant zegt:
‘We spelen mooi weer’

XXXII
Bedrijf zoekt talent:
bent u mensschuw?
Smetvrees, schermverslaving?

XXXI
Het ís overdraagbaar:
hoop, toewijding
liefde, vertrouwen

XXX
Rutte komt, hoe laat?
vrees, verlangen
naar papa’s woorden

“Prille begin van
de weg terug”,
dwalend door jungle…

… sidderend vangen
we de boodschap
een kat of kado?

XXIX
Kluizenaar zijn we,
holbewoner,
schuilend voor mensen

XXVIII
Een vleermuis of lab?
Complotdenkers’
hebben een speeltje

XXVII
Corona krediet
wie krijgt het niet?
Voor wie het kunst is

XXVI
Eén punt vijf meter
samenleving
past in een haiku

XXV
Op TV zie ik
handen schudden
Rare gewoonten

XXIV
De jonge Rutte
probeert een Geen-
Nieuws-conferentie

XXIII
“Grote Afsluiting”,
Besmette tijd,
je bent gebrandmerkt

XXII
De appelboom smacht:
Mag de bij mijn
bloesem omhelzen?

XXI
Kom-niet-te-dichtbij-
economie:
Stop tutoyeren

XX
‘Verdachte ontsnapt’,
zeggen kranten.
Wie van ons allen?

XIX
Stucen en schuren,
Soezen, schrijven,
Zien, zinnen en zijn

XVIII
Het nieuwe normaal
ontsproten in
abnormaliteit

XVII
Beeldbellen, het werkt
niet alleen, het woord
deugt en is, beeld schoon

XVI
Fluitende vogels
zoeven “s ochtends
op lege wegen

XV
Een app aan je lijf,
de overheid schenkt
ons een Grote Broer

XIV
Corona-lente
omhelzingen
van mijn bloemetjes

XIII
Poëzie, de pijl
die ik schiet in
zelf-isolatie

XII
Persconferenties,
onderdanen
halen boodschappen

XI
Kus de barista
deze keer maar niet.
Nieuwe routines

X
Coronacrisis,
buiten snacken
koude lentewind

IX
Zonder touw op twee
bergen klimmen,
dat is winkelen

VIII
Anderhalf meter
woorden houden
gepaste afstand

VII
Buiten maakt de boom
kleine blaadjes
Het is een begin

VI
In witte huizen
werken helden
en éen dikdoener

V
Zachte lentedag,
verrukkelijk.
Om naar te kijken

IV
Hoe gaat het met je?,
schrijf ik in apps,
mails, hoofd, hart en hier

III
Vandaag het virus
uitgelaten
met and’re baasjes

II
Soo sjel distan sing
het Nederlands
in quarantaine

I
Onbestemde tijd,
alles is nieuw
Tolken werken thuis

Ondertussen in Velp, september 2020

“ Jaa, de wijn smaakt prima hooor.”

Hij kijkt naar de ober of hij overhoord wordt, onzeker of hij het antwoord op de volgende vraag paraat heeft. Beter is het aan het woord te blijven en het onderwerp te bepalen. Corona. Zijn vrouw hoort aan. Ze is niet voor het eerst zijn publiek. En vanavond niet de enige, nu zijn stem de middengolf van het restaurant claimt.

“Kijk Nicole, het zijn de jonge mensen begrijp je, die zoeken mekaaar op, en dat is logisch, het is ook niet simpel, dat zeg ik niet, dat zeg ik zeeker niet Nicole, maar luister, zo zit het duus, en dat verspreidt zich via de jongeren, via de jongeren naaar ouders en naaar grootouders. En daan heb je de poppen aan het dansen.”

De man walst zijn woorden als goede wijn in de mond, de waarheid proevend alvorens ze te laten ontsnappen. De reactie van zijn vrouw speelt zich in stilte af, Ze moet de ruimte gevonden hebben voor een bemoediging, een tegenwerping of een vraag. waarvan de echo weerklinkt in zijn antwoord.

“Nicole, dat heeft elke familie luister, luister, ik zal het uitleggen, jij bent duidelijk een type, daar zijn er meer van, niet zoveel, maar ze zijn er wel …. “

Een tovenaar die de wereld verklaart,
die alles begrijpt,
langs de deuren trekt om gerust te stellen,
die sust en luwt,
met een grote handdoek op het vuur slaat,
de stilte wantrouwt en blust met woorden,
die onuitputtelijke stroom gul, gul laat vloeien,
die voor de deur met fluitje het verkeer regelt,
de buurvrouw geankerd doet oversteken,
onderwijl de regels uitleggend,
en waarom ze niet worden nageleefd,
niet kúnnen worden nageleefd,
terwijl het nodig is,
maar niet gebeurt,
niet kán gebeuren,
want,
dat kan niet vaak genoeg gezegd worden,
en hij weet het,
hij weet het,

horen is geen luisteren.

Ondertussen in Ellecom, 21 september 2020

Als zijn vrouw het toilet bezoekt, ontfermt de man zich over de hond. Het beestje dribbelt nerveus op de korte pootjes, het haar dansend rond de ogen. Aan het stel van de naburige tafel zegt hij verontschuldigend:
“Het hondje volgt mijn vrouw overal. Als ze naar de douche gaat, of naar de WC, ze ligt voor de deur en wacht.”
De buren zijn onder de indruk:
“Ach wat schattig”.
“Ze laat zich voortdurend horen”, herneemt de man, “en je kunt het niet negeren. Het is eigenlijk een onmenselijke taak.”
“Dat zit in het ras”, weet de buurvrouw.
“Nee, in haar”, corrigeert de man. “ Ze heeft een trauma.”
De horeca is het domein waar vreemden geheimen delen. Twee tellen belangstelling en de sluis gaat open:
“Ze weet dat het niet mag maar dan lijkt t of ze het juist niet kan laten. En corrigeren helpt niet, dat maakt het erger.”
De man verhaalt blijmoedig over zijn overgave.
“We doen thuis alles dicht zodat ze geen prikkels krijgt, maar ja, ze horen alles hè.”
De buren knikken, diep onder de indruk van de leeftijdsgenoot die zijn lot zo dapper draagt, en het keffertje toe fluistert:
“Je bent mijn hondje he, jaa.”