Alle berichten van Eric ten Hulsen

Ondertussen in Nara, 22 september 2016

De laatste dag om Japan te ervaren. We nemen de sneltrein naar Nara, voor Kyoto hoofdstad van het keizerrijk. Een nacht Nara en dan vrijdag vroeg naar het vliegveld van Osaka.
image

We zien de stoptrein van Kyoto naar Nara overvol vertrekken. De laatste reizigers wurmen zich erin. Nabijheid. Je ruikt de ongewassen trui van je buurman. Je ziet haarspelden, pukkels, en ongemak verkleed als onverstoorbaarheid. De dichtheid van mensen is zo groot dat de smartphones onbruikbaar zijn.
image

Onze Rapid Express doet ons dat niet aan en brengt ons 3 kwartier later in Nara. In het openbaar vervoer ga ik in Japan gebukt door het leven. Alles is 10-15 cm lager dan in Nederland. Dat geldt ook voor voetgangerstunnels, deuren en lampen. Japanners kijken er geamuseerd naar.

We logeren in Nara-hotel, een upperclass-hotel als afsluiting. Hier logeren de mensen die bijTakashimaya in Kyoto inkopen doen. Het hotel is een eeuw oud. Een museum van overnachten op stand in de 20e eeuw. De gangen zijn bekleed met foto’s van de inrichting uit de jaren dertig. Het eerste gastenboek ligt in een vitrine. De piano waar Einstein op speelde, is na 40 jaar vermissing teruggevonden en vertelt zijn verhaal in de lounge.
image

En de keizerlijke familie natuurlijk: kind aan huis. Foto’s van bezoeken door de jaren heen zijn minutieus op de muur gerangschikt. Wat je bent, ben je door aanwezigheid der anderen.
image

We printen onze boardingpassen en kopen kaartjes voor de bus van vrijdagmorgen naar het vliegveld.
Dan is er nog een middag om Nara te zien. We kiezen het park, de helft van de stad. Kilometers lang en breed. Daarin staan een museum en belangrijke tempels. Overal lopen herten vrij rond. In Nara zijn ze de boodschappers van god. (Tot 1650 stond de doodstraf op het jagen van een hert). De fietsers op de stoep hebben hier vier poten. Ze stellen zich aan iedereen voor die de suggestie wekt dat hij eetbare zaken draagt. Maar gelukkig, het kabeltje van de IPhone kan ik net uit een bek trekken.
image

We zien twee mooie pagodes van tempel Kofuku. En ontroerende levensgrote beelden van monniken uit de 8e eeuw. Dit zijn echte mensen, tussen 140 en 155 m groot. Drie gezichten naast elkaar, van zacht naar gekweld tot strategisch. Die laatste laat zich de kop niet gek maken. Geloven was in die tijd ook regeren en vooruitzien.
image

image

En we bereiken net op tijd – tempels sluiten in heel Japan om 17 uur – Todai-ji, het grootste houten gebouw ter wereld. Gebouwd om een gigantische boeddha een dak boven het hoofd te geven.
image

image

Die boeddha is omringd door andere goden en door twee van de twaalf generaals, die als wachters hun meest angstwekkende gezicht trekken. De boodschap komt over.
Maar ingehouden acteren is anders.
image

image

image

Het is de enige tempel, van de meer dan 20 die we hebben bezocht, waar fotograferen is toegestaan.
Dat gold niet voor de monniken, waar in het museum van Kufuku ook geen foto’s van te koop zijn. Maar ze zijn gezien.

Rond de tempels verkoopt de religieuze gemeenschap een grote diversiteit aan souvenirs, van ‘charms’, amuletten voor examens, huwelijk, gezondheid, zwangerschap, tot foto’s, T-shirts en religieuze memorabilia.
Tot 17 uur dus en het stempelen stopt het en der al om 16.30 uur. Religie is zo aanwezig in het dagelijks leven dat het werk wordt.

Dat zijn betere arbeidsomstandigheden dan die van de jonge winkelbediendes die we in de steden op de stoep aantreffen zwaaiend met een groot bord. Ze herhalen onophoudelijk dezelfde tekst en glimlachen erbij. Soms staan ze op een verhoging. Gezien en gehoord worden, dat is de opdracht.
image
In Nara staat het meisje er als we naar het restaurant lopen. Anderhalf uur later is er niets veranderd. Ze moet schor en moe zijn. Ik hoop dat ze een werkstudent is en in een paar uur veel geld maakt. Ze is vermoedelijk niet de CEO die op de zeepkist het personeel motiveert.

Restaurant Happoh in de kleine binnenstad presenteert ons de laatste caleidoscoop van Japanse kookkunst. Tempura, misosoep, ingemaakte groenten, eierrollen, sushimi, rijst.
image

De avond is gevallen. We pakken koffers en gaan morgen naar huis.
image

Japan was een feest.

Ondertussen in Kyoto, 21 september 2016

Eens per maand is er een grote vlooienmarkt bij de Toji-tempel. We lopen er naar toe. Tempels tussen de flats, oud en nieuw, hier geen generatieconflicten.
image
De laatste straten voor de tempel kondigt het festijn zich al aan. We voegen ons in een stroom van mensen op weg naar een pleziertje. Er wordt gelachen, oude mensen schuifelen gearmd mee.
image
Buurtbewoners staan op straat met hun oude spulletjes. Twee twintigers bewonderen de uitgestalde Japanse poppetjes en schateren het uit. Goede herinneringen.

De markt is enorm. We verliezen elkaar halverwege uit het oog en het kost 3 telefoontjes om dat op te lossen, waarin de positie ten opzichte van de pagode het houvast is.
image
Die pagode is het nationale symbool van Japan. Als we vanuit de markt het rustige tempelpark opzoeken, zien we haar blozen in de vijver. Het is een schatje inderdaad.
image

We raken bij de koffie in gesprek met een Japanse babyboomer (“I was born when the A-bomb fell on Hiroshima”) en zijn jongere Koreaanse vrouw. Hij wil alles weten van onze ervaringen in Japan. Hij antwoordt steevast met ‘Ooh’ en stelt dan een vervolgvraag. Vertelt dat hij markten als deze in Parijs en Londen heeft bezocht. Hij was vier keer in Europa. Nooit in Nederland, maar somt moeiteloos onze grote havens op en de eeuwenoude handelsbetrekkingen tussen Japan en Nederland. Nederland is voor hem de natie die Japan geholpen heeft zich te openen naar de wereld. Recent is inderdaad gevierd dat Nederlanders de eersten waren die met Japan in contact kwamen, 400 jaar geleden. We genieten over en weer van deze ontmoeting.

De markt is een kaleidoscoop van mensen. en hun verleidingen. Miniatuur-boompjes, fleurige bloemen, zwaarden en helmen, aardewerk van alle leeftijden en kwaliteit, knipselwerk, plakjes hardhout en stronken eeuwenoud cederhout, rietwerk, thee, antiek en de bonte boel van Koningsdag.
image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image
Als ik goed naar de bakken ‘divers’ kijk, worden daar overigens enorme prijzen voor gevraagd. Het is oud maar geen meuk. Ik onderhandel over een groene olifant die diende als tabaksdoos en neem hem mee in een houten doos. Straks kijkt hij me aan vanaf de vensterbank op 3-hoog met zijn familie uit Vietnam, Turkije en Namibië

Het fastfood van de markt bestaat uit een prutje met bovenop een gebakken ei. Of meelballetjes met vulling van octopus. Je bestrooit ze met fijngesneden lente-uitjes en rode korrels zonder identiteit. We verorberen er een aantal.
image

image

De inwoners van Kyoto. Jong, oud, wie hier is, doet inkopen, praat met buren en vrienden. Niemand zou hier als eenling zijn op een verlaten markt. Je zoekt spullen en vindt mensen.
image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image
Klanten van de markt bidden en passant in de tempel die zijn heilige plekken en gebouwen over het hele terrein heeft verspreid. Er is een verbinding tussen deze tempel Toji en de 88 tempels op het hoofdeiland Shikoku, maar we weten niet hoe het precies zit. Het silhouet van de monnik Kōbō Daishi vinden we hier terug in de tempel en we vermoeden dat we hem zien in het standbeeld buiten tussen de kramen. Ik schaf een T-shirt aan met
Shikoku op de mouw. Dat voelt vertrouwd.
image

image

image

image
De kalligrafie en het stempel zijn prachtig. Schrijvers schilderen.

We lopen naar huis, de ryokan met het attente personeel. Tips, waarschuwingen, aandacht, zelfs een goedemorgen. De enige keer dat we Nederlands horen tot we in Nara zijn.

Lopen betekent de stoep delen met fietsers. De rijweg wordt maar zelden gebruikt, ook al zijn de stoepen soms smal. Ook in Japan is de fietser getraind om zelf route en regels te kiezen. Je moet ergens aan die discipline kunnen ontsnappen. En bellen doen ze niet aan. Opeens duikt er iemand achter je op en sta je stijf van de schrik. Is er geen ruimte dan hangen ze sereen op je hielen tot er een gaatje is.
Maar er staat geen fiets los geparkeerd. Alle (ondergrondse) parkeerplaatsen worden keurig gebruikt, dat dan weer wel.
image

image
We lopen ‘s avonds een aantal warenhuizen af. Takashimaya heeft meer personeel dan bezoekers. Een stropdas kost 100 Euro, een overhemd 200 Euro. We zijn snel weg.
image
Uiteindelijk vinden we elders een koffertje voor extra handbagage. We krijgen de aanwas van bagage zonder die aanschaf niet meer vervoerd. In dat warenhuis eten we ook. Japans, ook hier bijzonder en smakelijk. Daar kan La Place niet aan tippen. Morgen naar Nara.