Ondertussen in Japan, maart 2019

We vertrekken uit Tokyo. Het zal een uur duren voor we platteland zien. Oneindig trekt de blokkendoos van de stad voorbij. Veel laagbouw in de maat van Amsterdam, drie tot zes etages. Een groene flat richt zich als een komkommer in wit loof op, een koekoek in zijn onschuldige nest.
Huizen pal op het spoor. Waar de bewoner een paar centimeter vindt, staat een boompje, bloeiende brem, camelia. Als de natuur zo ver weg is, is ze overal aanwezig.
De parken in Tokyo zijn geen leisure maar een ode. Aan schoonheid, aan het verleden en aan het ideaal van de perfecte vorm, kleur en compositie.

Daarbinnen schittert bescheiden de imperfectie, gevallen bladeren, zorgvuldig zichtbaar gelaten.
De gegeven achtergrond – in de zakendistricten wolkenkrabbers – is het frame van het doek waarop de natuur wordt geschilderd. Het contrast ontroert, en is overal waarneembaar door bewust gecreëerde ruimte. Diagonalen, doorkijkjes.
Weg laten is scheppen. Dat is MA, het Japanse concept van leegte.

Op internet vind ik een oud gedicht over de betekenis van MA:

30 spaken ontmoeten elkaar in de spil,
maar de ruimte tussen de spaken is de
essentie van het wiel.

Potten zijn gevormd door klei,
maar de inhoud van de pot is de
essentie van de pot

Muren met ramen en deuren vormen het huis,
maar de ruimte tussen hen is de
essentie van het huis.

(Bron: http://tadaoandoavans. blogspot.com/2013/09/japanese-concept-ma.html?m=1).

Kennis is zien. Nu ik MA ken, is de leegte overal in deze metropool van 30 miljoen mensen. Zo doe je dat dus met zijn allen. Japanners zijn meesters van ruimte. Niets is wat het lijkt, denk ik vaak. Hier is niets ook wat het is.

De Japanse tuinen zijn een boek met boodschappen, waarvan ik pas een paar bladzijden heb gelezen. In Tokyo zijn parken het erfgoed van shoguns, prinsessen, rijke kooplieden. Ze woonden er in hun residenties en zagen dagelijks de bomen die wij zien. Het verleden is vandaag. Een zoet raadsel, dat we niet willen oplossen.

De moderne Japanner is even thuis bij de mystiek van voorouders, samurai en shinto als bij Italiaans eten (onbegrijpelijk als je opgroeit met de Japanse keuken), westerse kleding (gebruik geworden na WOII) en hightech (excellent OV, sanitair, consumentengoederen). Net als de Hollander is de Japanner koopman en dominee. Comfort en moraal, en dat laatste meer dan bij ons voor de publieke zaak. Hier wijst het vingertje ook naar binnen, port schaamte wakker en maant het ego. Het wemelt van de gedragsinstructies in de openbare ruimte, horeca, vervoer.

Heel fijn vind ik het, te weten wat de bedoeling is, hoe je onzichtbaar kunt worden, één met ieder kunt zijn. Ook daarom is het zo comfortabel om hier te reizen. Japan is vreemd en voorspelbaar. En grappig, om zo onbeschaamd expliciet de les te worden gelezen. (Een gruwel voor veel landgenoten heb ik gemerkt).
Maar er te zijn, gaat over iets anders. De stilte van 30 miljoen stedelingen, de toewijding aan omgangsvormen, de helderheid van elkaars openbare ruimte. De kalme stad, het serene land.

Een station, en nog een. De Chuo-lijn Limited Express is stipt, een zaak van eer en reputatie. In Otsuki stappen we over. Een lokale boemel treint in de zon naar Kawaguchiko, aan de voet van de Fuji. De berg die op vorige reizen gesluierd bleef in mist en regen. Het grote symbool van Japan, de perfect symmetrische vulkaan, die zich onbarmhartig kam verschuilen. Gaan we haar zien? 

5 gedachten over “Ondertussen in Japan, maart 2019”

  1. Het concept MA doet mij teken aan het begrip “negative space” in de kunst: je tekent niet het object, maar de ruimte er omheen. En hieruit komt het object uiteindelijk tevoorschijn.
    Leuk om je reis op deze manier te kunnen volgen. Wat een rust na de Ajax-opwinding!

  2. Ah gelukkig, weer een schrijfsel van jouw hand op de mail. De vierde vanuit Japan, meen ik? Nog oneindig veel te ontdekken en langzaamaan met een kennersblik. Hoop dat de mist rondom de Fuji inmiddels is opgetrokken. …

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.