Ondertussen in Amsterdam, 14 februari 2019

Van Oost naar West

Haar voet stampt fijn, het Krugerplein,
ze bijt de telefoon, 
woede, puur en schoon

we vallen stil,

dan ziet ze mij
en slikt de schaamte weg
ik ga op pad

Dag Majubastraat,
waar net mijn moeder is geboren, 
ik fiets de Krugerstraat,
op nummer 4 groet
haar oom, licht van geluk,
op zijn motor stilgevallen
voor de glasplaat van mijn opa

Berlage roeit de Amstel over,
waar tante Rie schipbreuk leidt
met de pont en wordt gered,
ze kan straks pudding maken en 
op de brommer naar de zondagsschool
voor altijd achter me, op de Tugelaweg

De Vrijheidslaan opent haar armen
voor de rode capuchon die
het lint van fietsen knipt, precies
voor mijn wiel de sprint wint,
ik mis zijn huldiging

Drie fietsers giechelen door de Apollolaan,
schots, scheef, gein
een weg om je dood te lachen,
waar je zomaar langs dure huizen rijdt, gratis en voor niks.

Twee monden werpen woorden
naar de achterblijver,
als ze nooit meer zwijgen
haast ik voorbij
naar  de poort
van het Lyceum, waar scholieren
naar vrijheid vliegen 
spreeuwen wachten in de boom,
tot het tijd is

Aan de overkant bloost
het fietspad in de Lairessestraat,
charmante vriend op leeftijd
die stiekem boodschappen doet
in de chaos van de Zeilstraat,
auto’s, tram, brug, alles in de uitverkoop

Bijna thuis ben ik,  lang geleden
over Hoofddorpplein, Plesmanlaan, de zachte kade van de Slotervaart
waar ik veertjes zoek
voor het werkstuk in klas 2 en
mijn broertje uit het water trek
op tijd voor de wafel van de ijscoman
op vrijdagavond, thuis 
ik ben op tijd.

3 gedachten over “Ondertussen in Amsterdam, 14 februari 2019”

  1. Een fijn begin van de dag met dit prachtige weemoedige verhaal. Ik rijd met je mee door de straten van Amsterdam, met andere herinneringen weliswaar, maar toch!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.