Ondertussen in Utoro, Shiretoko, mei 2018

De Zee van Okhotsk. Een vreemde naam van een onbekende zee. Eerder rauw dan exotisch. Een echo, van ver weg.  En nu is het vreemde dichtbij.
Ik heb haar naam de afgelopen dagen onder foto’s geschreven. Steeds weer. Als een smaak die tintelt op de tong,  rond zingt in je mond.
Proeven, niet kauwen.

We zien de Zee als we de gordijnen openen. Een paar rotsen, kalm water, gekamd door de wind, verzilverd door de zon. Aan de overzijde liggen onzichtbaar voor ons Sachalin en door Japan betwiste Russische eilanden. Weten is zien.

In maart lag hier nog drijfijs, waar de zeehonden hun jongen op groot brengen. We zien in de omgeving laag in het groen nog allerlaatste sporen sneeuw. Planten en bomen lopen uit en maken een groeispurt.

Ze hebben hier maar kort, van mei tot oktober. Het schiet de grond uit, een sprint competitie van groen leven.

Wandelend rond de 5 meren zien we nu nog de besneeuwde bergtoppen, die zich opmaken in het water.

Over tien dagen is alles dichtgegroeid.

Dit is het schiereiland Shiretoko, sinds 13 jaar werelderfgoed . Veel inwoners stammen af van de Ainu. De naam Shiretoko betekent in hun taal Einde van de wereld. De taal die nauwelijks meer wordt gesproken maar voortleeft in het landschap.

Er zijn een paar wegen. Grote delen van het eiland zijn onaangeraakt, en niet toegankelijk.
Japanners zien dit als de laatste oer-natuur van hun land.

Het is de habitat van de bruine beer, die hier leeft bij duizenden. Ze vinden nu nieuw voedsel, jonge scheuten, en zwermen uit over het eiland. Vorige week nog aan de kustlijn bij ons hotel

Met een gids lopen we door moeras en bos naar de 5 meren. In mei mag je hier niet alleen lopen. De winterslaap der beren is nu meer dan voorbij.

We weten, Japanners houden niet van risico. En het bijgeloof dat je met regels, formulieren en borden de wereld beheerst, wordt hier nog zwaar beleden. Het bezweert angst, niet de realiteit, zegt de Nederlander maar hier disciplineert het en voeg je je in de groep. Zoals antilopen op de grote vlakte de massa als schild gebruiken tegen de leeuw.
Ik geef me graag over. Angst en bijgeloof zijn dierbare vrienden.

We ondertekenen een uitgebreide verklaring over passend gedrag opdat we geen beer op schoot nodigen. En we wijzen een contactpersoon aan, mochten we toch Bruno’s middaghapje worden. Een instructiefilm hamert het er nog eens in. De Koreaans-Japans-Amerikaanse familie met wie we de tocht maken, lacht er hartelijk om. We delen meteen een wens: we willen niets liever dan beren zien.

Als rechtgeaarde toerist, vertrouwen we onze veiligheid toe aan de nobele gids, Temasu.

Zij is door de wol geverfd en klapt bij elke onoverzichtelijke bocht. Geen polonaise vandaag. Het is hopen op een luie beer, maar het blijft bij een afdruk van een klauw in een boom, en een verdwaald hertje.

De Koreaan heeft lang in Los Angelos geleefd. Nu woont hij met zijn Japanse vrouw in Sapporo.
Ik vraag of hij de Buddha van Ando kent, op een begraafplaats net buiten Sapporo.  Het was onze eerste bestemming na aankomst in Hokkaido.

Het Buddha-beeld ingedaald in een heuvel van lavendel, als door een warme deken omhuld, alleen kruin en oren zijn onbeschermd van verre zichtbaar.
De vijver en de tunnel naar de voet van de Buddha, heilige weg naar een eenzaam beeld.

Verbaasd kijkt hij me aan. Hij heeft er nooit van gehoord.

Gelukkig vraagt hij niet of ik de molens van Kinderdijk ken.

In het donker lopen we langs de Zee naar het hotel. Een vos steekt rustig over.

De lucht is zilt en zuiver.

5 gedachten over “Ondertussen in Utoro, Shiretoko, mei 2018”

  1. Prachtige tekst (… een sprintcompetitie van groen leven) en prachtige foto’s (de een nog mooier dan de ander). Als ‘Zen’ woorden en beelden kent dan worden ze hier getoond!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.