Ondertussen in Kushiro, mei 2018

In een taxi in Kushiro stad in het oosten van Hokkaido. Langs de vierbaanswegen reclames, restaurants, autobedrijven, parkeerterreinen. Het beeldmerk van een Amerikaanse stad.

We zien uit ons hotelraam de Stille Ocean. Op deze breedtegraad ligt aan de overzijde van het water Salt Lake City en heet het water the Pacific.
Maar we zijn in het uiterste noorden van Japan.

Eind 19e eeuw trokken Japanners naar dit onherbergzame land van sneeuw, moeras en bergen, en koloniseerden het.

Waar je nu op een dijkje wandelt door de drassige delta rond Kushiro, werd in de jaren 20 van de 20e eeuw een spoorlijn aangelegd om het binnenland bereikbaar te maken voor de nieuwe bewoners. Die lijn is 40 jaar later weer opgeheven.
Een zekerheid van vooruitgang is dat ze ooit gedateerd zal zijn.

Nieuwe bewoners, want de oorspronkelijke bevolking van Hokkaido, de Ainu, werd uit de geschiedenis geschrapt, haar taal en cultuur uitgegumd. Erger is er niet, met de woorden verdwijnt de betekenis, de geschiedenis en de ziel van een volk.
Tegenwoordig is er bescheiden erkenning van hun bestaan. In Sapporo zagen we in de Botanische tuin (aangelegd in een voormalig moeras) een kleine tentoonstelling van kleding en gebruiksvoorwerpen. Maar geen verhalen, geen helden, de lijn die ze in de tijd hebben getrokken, is doorgeknipt en onzichtbaar geworden.

De steden in Hokkaido zijn op de moderne tekentafel ontworpen, goeddeels in de 20e eeuw. Een grid met straten die haaks op elkaar staan, vierkante blokken vormend waarbinnen zonder enige beperking gebouwd kan worden. Hoog, laag, op de rooilijn of erachter, winkel, kantoor, woning, mooi of lelijk.
Wat toen is gebouwd, is waarschijnlijk alweer neergehaald en vervangen door exemplaren uit de catalogus van de wegwerp-architectuur.

In Kushiro is het resultaat een stad zonder ziel, alsof een grote reus wild om zich heen heeft geslagen. Vrijwel geen straatwand in de buurt is compleet. De lege plekken zijn keurig geasfalteerd. De parkeerterreinen zijn zo talrijk dat auto’s erin verdrinken.

Op één plek is het asfalt versierd met houten zitjes in een aanzet tot een pleintje. Aan weerszijden twee gebouwen die samen City hall vormen. De Stopera is daarbij vergeleken een paleis van goud en glas. Mannen en vrouwen in blauw en grijs schieten naar binnen. Ik stel me voor hoe ze hier in de pauze hun miso- soep lepelen.

Nu houden Japanners van slopen en opruimen en zit er doorgaans in straatwanden weinig historie en collectief ontwerp. In de steden op de andere hoofdeilanden wordt de moderniteit verzacht door de smalle straatjes, de groene accenten, een iconisch gebouw en de tori’s, poort naar een achterliggende tempel. Niets van dat alles hier. Alhoewel….

Zelfs als de zon schijnt, lijkt de stad ontworpen voor verweer tegen wind, kou en regen.
De mensen lopen snel, de straat is leeg of een noodzakelijkheid.

Het is een fascinerend schouwspel en door en door functioneel.
De winters zijn hier immers bar. Het is mei en de kleine bomen vormen net de eerste knoppen. Het gras is geel. En waar in Tokyo ieder laagbouwhuis op een postzegel van ruimte toch een boompje naast zich weet, is dat hier een uitzondering. De openlijke adoratie van de natuur, de verfijning van de Japanse parken lijken de kolonisten te hebben achtergelaten bij hun trek naar het Noorden.
Kushiro heeft zich op haar manier gevormd naar de natuur, door de gevels te sluiten en de moerassen te dempen met teer en grint.

Het zal ze een zorg zijn. Deze stad hoeft zich voor niemand op te doffen. Er is een haven, ze is provinciehoofdstad en het heeft dan toch één grote troef, de rode Japanse kraanvogel. Ze broedt in deze moerasdelta. En nergens anders in Japan. En ze is van grote schoonheid.

De reden van onze komst naar Kushiro.

In de winter trekken de vogels vanwege hun zichtbaarheid en paringsdans grote aantallen toeristen. Een paar blijft elkaar levenslang trouw. Dat maakt de vogel het symbool van de liefde.

Dit jaargetijde houden ze zich schuil bij hun nesten. Na een dag speuren in de omgeving zien we uiteindelijk een paar fraaie vogels en hun kuiken.
Delicaat stappen ze door het gras.

Het kuiken kruipt op de rug van haar moeder, onder haar vleugels en steekt haar kopje uit.

Schoonheid behoeft geen context.

Kushiro zullen we nooit meer vergeten.

3 gedachten over “Ondertussen in Kushiro, mei 2018”

  1. City hall … annex disaster preparedness building. Een opschrift dat parallel loopt aan de beschrijving van de omgeving. Schoonheid en liefde groeien … ook ondanks de omgeving Dank!

  2. En jullie hotel, bouwt de rode kraanvogel daar zijn nest als teken van liefde en verweer tegen de functionaliteit van de stad?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.