Ondertussen van Ryozenji naar Anrakuji, 17 september 2016

Per trein reizen we van Takamatsu naar Bando met overstap in Itano. Onze bagage blijft in Takamatsu behoudens het meest noodzakelijke voor 1 overnachting.

In Bando lopen we naar het startpunt voor onze tweedaagse pelgrimage: de tempel Ryozenji. Wij bezoeken 10 tempels van de traditionele pelgrimage langs 88 tempels op het hoofdeiland Shikoku (waar ook Takamatsu toe behoort). Zouden we alle 88 lopend aandoen dan duurt de tocht 6-8 weken. Vandaag leggen we 18 km af, morgen 12.

De reis langs 88 tempels (八十八ヶ所巡り hachijūhakkasho-meguri) is Japan’s beroemdste pelgrimage. De fameuze monnik Kōbō Daishi (弘法大師) die eind 8e eeuw werd geboren, heeft een groot aantal tempels zelf gebouwd of ze een nieuw bestaan gegeven. Hij wordt vereerd. Gisteren zagen we op de route naar tempel 84 in steen gehouwen wijsheden waarmee de meester ons nog steeds onderwijst.

41

De pelgrimage doet je in zijn geest en gezelschap verkeren en zoals alle rituelen geeft het kracht als het ritueel betekenis heeft. Over dat laatste geen twijfel hier.

100.000 pelgrims (genoemd o-henro-san), maken jaarlijks deze tocht, de meesten per tourbus (mijn automatische spellingcorrectie maakt van “tourbus” You Tube; dat kan natuurlijk ook, een digitale pelgrimage). We komen heel wat liefhebbers tegen in georganiseerde groepen.

1000 gaan te voet. Je ontmoet enkelen onderweg, lotgenoten. Een praatje, verbazing dat buitenlanders de route lopen en een hartelijke groet.

Je herkent ze aan hun witte jack (byakue) en (bij voorkeur paarse) sjaal (wagesa). Op het jack staat Dōgyō Ninin), dat “twee reizen samen ” betekent (de ander is de geest van Kobo Daishi). Verder de strooien hoed (sugegasa) en de wandelstok (kongōtsue).

42

Wij schaffen ook een byukue aan en merken dat we aan het witte hesje met opdruk op de rug herkend worden door de bewoners van de dorpen die we passeren. Groeten, aanmoedigingen, en ook hulp. Opeens gaat er een raam open en vraagt een man met zijn vingers: naar zes? En hij wijst naar links waardoor we op het laatste moment goed lopen. Net op dat punt ontbrak een van die instructieve bordjes met de afbeelding van een pelgrim en gaf de kaart geen uitsluitsel. Hij heeft waarschijnlijk al veel mensen verkeerd zien lopen en weet dat hij een belangrijke rol vervult.

43

We vinden twee aangename locaties voor lunch en koffie. Het is overvloedig en vriendelijk. Ik weet weer hoe bijtanken fysiek voelt.

Pelgrims verzamelen rode stempels bij elke bezochte tempel in een boek genaamd nōkyōchō or shuincho. Dat doen wij ook.

Nadat de zon je op de proef heeft gesteld, en de vermoeidheid in je benen zakt, voelt het bereiken van de tempel als het binnentreden van de oase. Je reinigt jezelf bij een reservoir door water op je handen te scheppen met een bakje aan een lange stok.

44

En dan scoor je een stempel in je boek. Een stempel? Drie rode stempels worden zorgvuldig geplaatst en verdeeld over de bladzijde. En dan kalligrafeert men met zwarte inkt een aantal karakters er doorheen. De bewegingen zijn van een schilder. Dikke en dunne zwarte lijnen vloeien uit de penseel.

Je ontvangt ook nog twee papiertjes die je bewaart in een zakje dat bij het boekje is geleverd. Later blijkt dat daar een apart album voor bestaat.

Dit ritueel, kosten 300 yen (2 euro 70), hebben we bij vijf tempels beleefd: Ryozenji, bij de start om 10.30 uur, Gokurakuji waar we rond 11.15 uur aankwamen, Konsenji om 12.30 uur, Dainichiji om 15.30 uur, en Jizōji on 16.20 uur.

45

We komen uiteindelijk na 18 km lopen om 18.10 aan in Anrakuji, tempel zes waar alle nachtgasten om 18 uur al aan het diner zijn gegaan. De late aankomst laat ons tot morgen wachten op het zesde stempel en toebehoren.

Het zweet loopt nog over mijn gezicht. Opfrissen, en snel eten want om 19 uur wacht de ceremonie. We zijn moe maar willen dit meemaken.

Het is een Japans boeddhistische plechtigheid. Een kerkdienst of mis zou het vanuit onze traditie zijn.

We krijgen een klein tasje met daarin een takje, een kaarsje, een houtje en een aantal papiertjes.

Op een van die papiertjes schrijf je je naam en die van een overleden voorouder. Die bind je aan het takje. Op het houtje schrijf je een wens. Als voorbeeld worden gegeven: “World Peace, Driving Safety, Family Safety, Bodily Health”.

De dienst begint met monotone gebeden die de Japanners nazeggen, onderbroken door gongslagen. Daar zou wel wat psalm-melodie bij kunnen. Daarna betreden we in processie het binnenste van de tempel. Japanners eerst, met 3 Europeanen en 2 Australiers voegen we in de staart in.

Bijzonder om te ervaren, tot dusver zagen we van tempels alleen de buitenkant.

We werpen het tweede, voorgedrukte briefje in een bus en raken het beeld aan dat er naast staat. Dan steken we in de volgende kamer het kaarsje aan en zetten dat in een bakje in stromend water. Over de hele lengte van de achterwand is een baan van 50 cm breed water waarin de kaarsen met de stroom bewegen. Een vloot van licht. In het water vinden we eilandjes waarin we onze takjes plaatsen. En aan het einde van de ruimte leggen we ons houtjes op een vuurtje en gaan de wensen in vlammen op.

In de derde kamer gooien we wat gruis van het ene op het andere stapeltje en groeten het beeld dat daarachter staat.

De daaropvolgende Boeddha omcirkelen we zingend drie keer, geleid door de priester. Ik zie helaas pas aan het einde wat er gezongen diende te worden. De laatste kamer bevat weer een Boeddha die we over been en hand strelen en vervolgens groeten. Sommigen laten een muntje vallen aan zijn voeten. Dan is het voorbij en wordt de betovering verbroken.

Ik neem nog een bad in de gemeenschappelijke voorziening (mannen en vrouwen eigen ruimten). We slapen vroeg, om 6.30 uur wacht het ontbijt, nog 4 tempels te gaan.

Ondertussen in Takamatsu, 16 september 2016

Uitgeslapen inderdaad. We nemen een lokaal treintje naar Kotoden-Yashima vanaf station Takamatsu- Chikko. In een zijljjntje van een gids staat een openluchtmuseum genoemd dat originele Japanse huizen toont. Die zijn uit hun oorspronkelijke omgeving gehaald door schade van een aardbeving, dreigende sloop of de Japanse wens het oude steeds te vernieuwen. Moderne architectuur zie je hier overal. En dan vallen de woonhuizen op. Geen dertien in een dozijn-bouw zoals in onze Vinex-wijken. Individuele architectuur, het is een lust om naar te kijken. Ik heb veel, veel foto’s van huizen gemaakt.

38  39

Het openluchtmuseum is een kleine openbaring. Het is een kaleidoscoop van historische bouw op het platteland en de eilanden, met heldere en kleurrijke Engelse-talige uitleg. Familiehuizen uit de bergen, de vuurtoren en het huis van de eenzame vuurtorenwachter, een rijstpakhuis en een sojafabriek, zelfs een dorpstheater waar twee maal per jaar het plaatselijke amateurtoneel het dorp deed uitlopen.

De verborgen parel is echter de galerie Shikoku Mura, een klein museum dat in de jaren 80 door Tadeo Ando is gebouwd.  Het is het 7e gebouw van hem dat we deze reis zien. In alles herkennen we inmiddels Ando. Het gladde beton met de 22mm-uitsparingen, de hoge muren van de gang met lange looplijnen en de rondingen van de cirkel met lichtinval in het plafond. Maar bovenal de eenvoud en kracht van het totale ontwerp, en het spektakel dat ze maakt met de omgeving. Dat laatste is hier een ware belevenis. De achtertuin bestaat uit terrassen van water, steen en planten op een berghelling. Water stroomt uit drie bronnen uitbundig naar beneden. Ik draai om mijn as om dit schouwspel in me op te nemen. Het geruis van het water overstemt of zakt naar de achtergrond afhankelijk van mijn positie in de tuin. De zichtlijnen wisselen mee. Elke stap geeft een nieuw perspectief. Wat een feest dit. En we zijn de enige bezoekers…!

40

En dan is er de kunst in de galerie, ceramiek en werk van Bonnard, Picasso, en Modigliani.

We lunchen in het restaurant dat even historisch is als de andere gebouwen op het terrein. Groenten en vis in beslag maakt hele goede tempura. Noedels, eenvoud, smaak.

Dan vatten we het plan op de berg Yashima te beklimmen. Na vergeefs zoeken van de looproute (en weggestuurd worden op de autoweg) wordt het een taxi heen en lopen terug. Dat laatste neemt een uur met invallende schemering. Dan hebben we inmiddels tempel 84 (van de 88 tempels die de klassieke tempelroute vormen) bewonderd, misschien wel de mooiste van de reis tot nu toe. Staat in geen gids. Die 88 tempels betekenen iets voor ons want de komende twee dagen gaan we lopend nummers 1 tot en met 10 bezoeken met een overnachting in de zesde.

Ondertussen in Naoshima, Takamatsu 15 september 2016

We zijn een etmaal op Naoshima. Het tweede deel daarvan lopen we ‘s ochtends door Honmura, het oude dorp aan de oostkust waar  zich op 6 locaties het Art House Project toont. Oude huizen getransformeerd tot kunst. Zoals het huis van de tandarts. We zien een patchwork van roestige golfplaten, hout en glas. De drie kamers binnen spetteren. Helblauw de een, diepzwart de ander. De derde bevat over twee etages een afgietsel van het Vrijheidsbeeld, geflankeerd door oude ansichten en krantenknipsels.

36

In het dorp ook het Ando-museum. In het omhulsel van een houten huis van meer dan een eeuw oud heeft hij een modern betonnen skelet gemaakt. In de kelder een ronde ruimte. De rand van het plafond is verwijderd en laat licht binnen. Ik koop een boek over zijn werk dat vorige week door hem is gesigneerd. Sinds de expositie over Japanse architectuur op de Lauriergracht is hij voor mij gaan leven. Hij maakt ruimte. Je wilt erin lopen, de verhoudingen voelen, je verbazen over de klimop op het beton en het licht dat de ongrijpbare partner is van de door hem gemaakte vormen. En dan dat strenge materiaal, dat spannend harmonieert met de bestemming van het ontwerp en met de omgeving.

We reizen ‘s middags naar Takamatsu. Dat wordt de uitvalsbasis voor de komende dagen. We besluiten morgen het plan te laten vallen om andere eilanden te bezoeken. Geen twee keer twee uur op een ferry voor een uurtje Inajima. Dat wordt uitslapen!

We verkennen de stad. Die blinkt in elk geval uit in winkels. We lopen een overdekte winkelstraat in en merken dat er geen eind aan komt. Kilometers arcades, en in de parallelstraat geldt het zelfde voor restaurants. Negen van de 10 bestaan uit een bar waar mannen zonder gezelschap aanschuiven om een hap naar binnen te werken. Als het kan, laten ze ruimte tot de andere gasten. Geen contact. Waarom zitten al die mannen hier om 8 uur ‘s avonds? Waarom alleen, waarom niet thuis? De burgemeester van Tokio haalde vandaag het nieuws met haar voornemen om geen medewerker van de gemeente nog langer na 8 uur p.m. te laten werken. Ze gaat een squad oprichten om overwerk te bestrijden. Overwerk is een nationaal probleem, meldt het bericht. Het is slecht voor de gezondheid en slecht voor families.

Ik begrijp het nu. Die mannen kunnen niet meer op hun benen staan. Die moeten iets eten als ze ver na 18 uur hun gebouw uit strompelen. Ik stel me voor dat de kok zijn pappenheimers kent, en zoals de kroegbaas in Amsterdam vroeger de jonge jenever bij binnentreden uitschonk voor de stamgast, serveert hij hier de rijst met toebehoren uit aan Masuyo, Kenji en Ryo als hun uitgeholde gezichten zich in de deur tonen.

37

Ondertussen in Naoshima, 14 september

Motregen. We verlaten Hiroshima vroeg met de Shinkunsen van 8.06 naar Okayama. 160 km in 46 minuten. Een  spitsttrein die muisstil is. Meditatie voor aanvang van de werkdag, wat een balsem voor de geest zou dat in Nederland zijn.

Overstap in Okayama naar Chayamachi en vervolgens naar Uno. Daar vertrekt de veerboot naar Naoshima. We arriveren daar voor het middaguur.

Naoshima, eiland van kunst. Een filantroop bouwt in 1992 een museum en hotel, Benesse House, en brengt een eiland in neergang weer tot leven. Duizenden toeristen gingen ons voor.

Tadao Ando, de beroemdste van het toch al fameuze gilde van Japanse architecten, ontwerpt het museum/hotel. Glad beton en weelderige vormen. De hotelgasten hebben na sluitingstijd toegang tot de moderne kunst. Nauman, Long, Stella, Kounellis, de grote jongens. Zo dwalen we met een paar andere gelukkigen door dit intieme paleis van Ando.

32

Richard Long maakt patronen van gevonden hout of steen. Je kent hem ongetwijfeld Paul. Zijn 3 werken hier zijn op Naoshima gevonden, ontstaan en voor dit museum gemaakt.  Richard Long zag ik voor het eerst in het Guggenheim in New York op onze huwelijksreis in augustus/september 1991. Inderdaad, 25 jaar geleden!

33

Na het ontstaan van Benesse House gaat het verder met de liefde tussen kunst, natuur en architectuur.

Eind jaren 90 worden vervallen historische huizen in een van de dorpen geadopteerd. The Arthouse Project transformeert ze tot kleine musea en geeft de inwoners daarbij een stem. Waar ooit een tempel stond, tekent Ando een nieuw gebouw en creëert James Turrell daarin een installatie van licht. Turrell zien we ook terug in het Chichu Art Museum, een van de twee andere grote musea op Naoshima naast Benesse House die Ando ontwerpt. De blend van kunst, natuur en architectuur verspreidt zich naar andere eilanden in de archipel zoals Teshima en Inujima. Die bezoeken we misschien overmorgen.

Zo stappen we een wereld binnen waarin alles hoge cultuur is. Ga je naar buiten dan zie je kunst, verspreid in de openbare ruimte. Het hotel is kunst, alle attracties zijn kunst. En de ervaring wordt zorgvuldig georkestreerd. Voor het eerst ervaar ik de structuur hier als dwingend en benauwend.

In het bizarre en wonderschone Chichu Art Museum, een kilometer van Benesse House, is men duidelijk: voor deze zaal schoenen uit, sloffen aan, en nergens foto’s, ook niet van het museum zelf. Twee Japanners wordt fluisterend verzocht het stemgeluid te temperen. Ze knikken geschrokken.

Een overmaat aan personeel, in uniforme witte broekpakken als wachters van de tempel, dirigeert ons naar binnen, naar links, naar buiten. Ik krijg enorme aandrang de andere kant op te lopen. Als ik dat doe, word ik niet beloond want daar is niets te zien. Maar dat zelf te ontdekken, vergoedt het volledig. Ik word in 10 dagen geen Japanner…

Wilma schetst een ander perspectief:

door je te vragen sloffen aan te doen voor een 19e eeuwse schilder, kijk je anders. Je wordt op scherp gezet, bent alert, of ongemakkelijk. Inderdaad, de boodschap is luid en duidelijk: dit is bijzonder. Niet door het uit te schreeuwen, maar door je te laten buigen. Dat is nudging, sturen van gedrag en beleving, en omdat ik het waarneem, verzet ik me. Maar het werkt wel. Ook omdat de compositie van de ruimte en het binnenvallende licht sterk harmoniëren met de 5 Monets. De zaal is op die schilderijen gemaakt. Ze zullen deze waarschijnlijk nooit meer verlaten, realiseer ik me plots.

Ando heeft ook dit Chichu Art Museum ontworpen, goeddeels ondergronds, in zijn stijl van gladde betonnen elementen die strakke muren, gangen en drie- of vierhoekige ruimten vormen. In elke betonplaat de ronde uitsparingen ter grootte van een dopsleutel van – schat ik – 22 mm doorsnee.

34

Hij laat alleen daglicht toe in de ruimten die kunst tonen. Die zijn op maat voor deze kunst ontworpen.

Naast de kamer voor 5 waterlelies-werken van Monet, zijn dat een vierkant vertrek voor de hallucinerende installatie van James Turrell (je denkt een fluoriserend blauw doek te zien en het blijkt een kamer die je kunt binnen treden en die je drenkt in zacht gekleurd licht) en het sacrale theater van Walter de Maria met zijn pilaren van  bladgoud en de natuurstenen kogel 10XL.

35

Dit museum doet het dus niet met aantallen. Ik heb praktisch alle werken genoemd, het zijn er minder dan 10. Het is bijna leeg te noemen, ware het niet dat de dof glanzende betonnen panelen van Ando, de frisgroene natuur die doordringt in de binnenruimte en de heftige kunst een krachtig en rijk ensemble zijn.

Het derde museum van Ando is gewijd aan Lee Ufan. Zijn kunst kan me niet bekoren maar Ando’s ontwerp is herkenbaar en past goed bij het broertje en zusje. Eindelijk kunnen we foto’s maken tot we ook hier de ticketbox bereiken en de grens van strengheid passeren. Wat doe je met regels die je onzinnig vindt? Daar zijn Hollandse oplossingen voor. Ook daar confronteert Japan ons met de cultuur van thuis. De rust van een diepe buiging tegenover de spanning van vrij willen zijn. Het zou me niet verbazen als ze hier zeggen: vrij denken te zijn.

Ondertussen in Miyajima, 13 september 2016

We treinen en varen naar Itsukushima, het heilige eiland dat als tweede naam Miyajima draagt. Dat laatste staat op de T-shirts die in de vele toeristenwinkels te koop zijn. Een heilig eiland. Je mag er wonen maar niet worden geboren of begraven.

Een grote tori, de traditionele toegangspoort voor tempels staat in de kustlijn in zee. Bij eb loop ik er naartoe, en zie de schelpen aan de basis van het immense bouwwerk. Tussen de schelpen en rond de staanders talloze verweerde muntjes. Geloven is offeren. Als we vertrekken staat de tori trots in zee. Een iconisch beeld.

30

We bestijgen een berg met een kabelbaan, een vervoermiddel dat ik vroeger wist te vermijden. Maar alles is veranderbaar, zeker als een knie gebutst is en je geliefde een oorontsteking heeft. Het oor is iets beter maar nog steeds pijnlijk. De knie wordt in de loop van de dag dik en warm. Bij lunch en diner vraag ik in de restaurants om ijs, wijs naar mijn knie en meteen knikt men en komt met een grote zak klontjes aan. Vanavond zelfs aangevuld met 2 aan elkaar geknoopte doeken om het ijs goed vast te kunnen binden. Hoe attent is men hier, het blijft ons treffen, iedere keer weer.

Hoog boven de zeespiegel zien we de Japanse Binnenzee aan onze voeten. Ik had er voor vandaag nog nooit van gehoord. Hiroshima is ver weg maar zichtbaar als een korrelig streepje. En daarbij een archipel van eilanden. Morgen reizen we af naar een van hen, Naoshima. Shima betekent onmiskenbaar ‘eiland’.

Terug in Hiroshima eten we in een van de 20-30 restaurants in een groot winkelcentrum. Het eten is goed, heel goed. Dat is al de hele vakantie zo. Toch verwacht ik dat niet in een warenhuis. Ik weet nog dat de Bijenkorff een dikke onvoldoende kreeg van Johannes van Dam. Maar dit is Japan.

Ondertussen in Hiroshima, 12 september 2016

We zoeken een dokter. Wilma’s linkeroor is ontstoken en doet veel pijn. Via het algemene ziekenhuis waar de wachttijd oploopt tot 3-4 uur worden we doorverwezen en komen op de 8e etage van een winkelcentrum terecht. Clinic and service. In een half uur is ze bekeken en is anti-biotica verstrekt. Het vergt soms handen en voeten-taal. Engels is een probleem voor veel professionals. Ze roepen een collega of komen met een Engelstalige display waarop je kunt aanwijzen waar het pijn doet.

En in korte tijd hebben we 3 formulieren ingevuld. Bij de dokter en de apotheek. Alles went. Dit is het land van structuur, organisatie en discipline. Daar voel ik me goed bij maar het verbaast evenzeer. Ik zoek naar de individualiteit. Dat doen ze natuurlijk anders dan wij, maar hoe dan precies? Zo hoorden we dat huwelijken hier vooral verstandelijke optelsommen zijn met verstandige uitkomsten. Wat er wringt, wordt opgelost in buitenechtelijke verhoudingen, die welig tieren. 40% van de vrouwen houdt er een minnaar op na en ziet het als brandstof om het vuurtje van het huwelijk gaande te houden. Het % mannen zal niet minder zijn. De leisure-industrie speelt er op in: love-hotels verhuren kamertjes voor een uitstapje overdag. Yin en Yang.

Dan de site van het Vredespark, ooit een wijk met dichte bebouwing en smalle straten. Op 8 augustus 1945 weggevaagd toen de bom er om 8.15 uur pal boven ontplofte. En met de wijk alle gebouwen en leven in kilometers omtrek. Meteen of in de dagen, weken, maanden en jaren erna. Honderduizenden zijn hier vermorzeld, verbrand of met radio-activiteit vergiftigd.

De grote vlakte is nu Vredespark, door Kenzo ontworpen. In een lange as zie je de A-bom Dome (ruïne van muren, kale koepel met puin aan haar voeten) de vlam (die brandt tot de kernwapens de wereld uit zijn), het herdenkingsmuseun, de Memorial Hall (geeft een gezicht aan slachtoffers) en het monument voor de kinderen. Daaromheen vele kleine monumenten, tezamen drukken ze de verschrikking van 8 augustus in stilte uit. Er zijn veel mensen, die weinig zeggen.

28   29

In het museum zomerkleding van een schoolmeisje, een geblakerd kinderfietsje, de afdruk van een zittende man op een brug, het enige dat na 8.15 uur van hem resteerde. Verwrongen luiken van een fabriek. Foto’s van 8 augustus: het staketsel van een tram in niemandsland.

Waarom hier? Er was geen kamp met Amerikaanse krijgsgevangenen en van de 4 mogelijke doelwitten scheen alleen hier de zon. In zomerkleding gingen ze naar school, werk, de tram besturen.

Er waren geen wolken boven Hiroshima. Zo onschuldig kan het soms zijn.

De Japanners besteden ook aandacht aan het eigen oorlogszuchtige regime, en de oorlogsverklaring aan de USA in Pearl Harbour. En stellen de vraag of voor de Amerikanen de wapenwedloop met de USSR meespeelde. Het duel in het zand, je loopt uit elkaar en weet dat wie als eerste schiet, leeft.

Dat is de geo-politiek.

Dit is het verhaal van de burgerbevolking van Hiroshima en de dwangarbeiders uit China en Korea die met hen omkwamen.
Het is allemaal onzegbaar groot, ontzagwekkend wreed en tastbaar gruwelijk.

Later die dag maak ik een schuiver in een park. Regen, algen , foute boel. Een dikke knie is het gevolg.

Met ijs op de knie geslapen, dat helpt!

Ondertussen in Yasugi en Hiroshima, 11 september 2016

Ontwaken: dat is wassen, tassen pakken en naar het ontbijt. De tassen: voor het dicht ritsen ontwikkelt zich gaande de vakantie een nieuwe vaardigheid. Dan de slippers: in huis loop je niet op schoenen, die laat je achter na de voordeur. Evenmin loop je op sokken, (behalve in je hotelkamer). Je schiet dus slippers aan, in een ryokan in ruime mate voorradig in kleine maten. Zo klikklak ik door de herberg, terwijl mijn hiel boven het ravijn hangt en ik achterover dreig te kiepen. Stap je per ongeluk toch met schoenen de lobby in, dan schiet de receptionist achter de balie vandaan en dirigeert je glimlachend naar de in gelid opgestelde slipperfamilie.

Je laat de slippers achter bij de ontbijtzaal. Na het ontbijt is vrijwel zeker een ander ermee vandoor die eerder klaar is. Als de witte fietsen van Luud Schimmelpennink rouleert dit democratische schoeisel onder de bevolking van de ryokan. Japanners zijn zo schoon dat ze elkaar vertrouwen in hygiene. Of ze hebben geen keuze omdat de voorschriften dit vereisen.

Ontbijt dus, we worden bij de trap opgewacht want zijn een paar minuten te laat.

Het Adachimuseum bezoeken we de hele ochtend. Het is een moderne constructie van glas en beton ingebed in een zee van hoog-gecultiveerde natuur. Zenko Adachi investeerde zijn industriële fortuin en creerde museum en tuinen, waaronder een mostuin, een vijvertuin, en een droge plantentuin.

De tuin wordt jaar na jaar tot mooiste van Japan verkozen. Het is spectaculair inderdaad: overduidelijk geen vrije maar ontworpen natuur. Het is zo herkenbaar bedacht en gemaakt omdat het zo anders is dan onze natuur, die natuurlijk ook allemaal gecultiveerd is. Hoe dan ook blijf je kijken, zo gebalanceerd en betoverend is het.

22

Ik schrijf dit met de koi-karpers aan mijn voeten en zicht op de vijvertuin, majestueus gecomponeerd met lelies, wit grint, bomen in verschillende hoogte en een diversiteit aan groene kleuren. Zefs ik word er rustig van.

23

In het museum Japanse kunst met titels als Falling rain, Sleeping Old man in January, Soil en Land,, Sea and wind.    Het is kunstig maar raakt ons niet. Decoratief zegt Wilma. We zijn nog geen Japanners geworden.

De Japanse motieven werden veel in art deco gebruikt in Europa begin 20e eeuw. En kijk naar Van Gogh en Breitner, Japanse kunst was populair en duikt zichtbaar in hun Europese kunst op. Een fijn voorbeeld zijn de 14 schilderijen van Breitner van Geesje Kwak in kimono. Ze waren onlangs voor het eerst samen te zien in het Rijks, door Jenny bijeen gebracht vanuit de hele wereld.

Terug naar Yasugi met de shuttle-bus, en terug naar Okayama per trein. Daar de trein naar Hiroshima. Alles bij elkaar ruim 4 uur reizen.

In Yasugi gaat het net goed. Onze reisinfo geeft aan dat de trein naar Okayama van perron 3 vertrekt. De stationschef stuurt ons naar 2. Beide te bereiken via de brug over spoor 1, 30 treden op en 30 treden af met 2 te zware tassen.

Dan is het 3 minuten voor vertrek en galmt de omroepinstallatie Japanse informatie. Wat op valt: perron 2 en 3 zijn leeg. Daar staan alleen wij. Op perron 1 staan alle andere mensen. We besluiten een sprintje te trekken met de tassen naar het punt waar we of links of rechts kunnen afdalen, afhankelijk waar de trein aanmeert. Het blijkt perron 1, waarna opnieuw een sprintje met 2 tassen naar beneden en we zijn binnen.

24

Alles wordt goed gemaakt door de conducteur die een afwerend gebaar maakt als we onze kaartjes willen laten zien. Tickets? No no. Die belediging wil hij ons niet aandoen! Hij maakt elk misverstand onmogelijk door het gebaar van zijn gespreide handen die naar ons bewegen. Hij herhaalt het een paar keer: laat gaan, ga zitten, is niet nodig!

Hij houdt ons met innemende glimlach een klein zakje voor. Daarin zitten van papier gevouwen poppetjes. Producten van Origami, de traditionele Japanse kunst waarbij vierkante papiertjes zonder lijm of schaar tot figuren worden gemaakt. We mogen ze alle vier hebben. Hij voegt er uitleg en een kaartje van zijn, nu onze, trein aan toe. Wat een schat!

Eerder kreeg Wilma een vergelijkbaar kado van een museumbeambte in Tokio. Haar collega kwam het haar nabrengen toen we elders in het gebouw liepen. Alstublieft, een buiging, een glimlach.

En natuurlijk de zwarte vulkaan-eieren in Hakone. Die hebben we smakelijk verorberd vandaag.

Opnieuw ontdekken we dat kado’s geven een van de geheimen van de Japanse cultuur is. Maar waarom aan ons? Wildvreemde toeristen? Of juist daarom, het welkomsgeschenk aan vreemden van buiten? Zoals Marco Polo. En de VOC-ers uit de 17e eeuw die in Japan een zeldzame handelspost verwierven.

Hoe dan ook, we voelen het als oprechte gebaren van warme gastvrijheid.

Dan komt er nog een vraag op: waarom ligt Japan nier op fietsafstand van Nederland? Of vooruit, bereikbaar voor een weekendreisje met auto en pont, laten we zeggen naar Texel-san?

25

Hiroshima. We lopen het hypermoderne station uit en staan stil. In letters roept een wolkenkrabber ‘Hiroshima’. Overal nieuwe hoogbouw. Natuurlijk, we weten waarom. Onwillekeurig kijk ik verder omhoog en zie de grote paddestoel die hier 71 jaar geleden stad en bevolking verwoestte.

Een 10-baansweg hartje stad, van het station naar het zuiden. Dat kunnen city-planners willen, maar uitvoeren gebeurt alleen daar waar het noodlot aan discussie een eind heeft gemaakt. Behouden zijn herinneringen aan de ultieme verwoesting. Die zien we vanavond al in kleine foto’s in plantsoentjes. De oorlog is hier overal.

26

We eten aan de rivier. Die is gebleven. Het is om 18 uur donker. Een zwoele avond., bescheiden stadsgeluiden, stoeltjes en tafeltjes op de kade. Die heet aan de andere zijde Promenade of Peace. Het is niet druk. Een stille stad.

Als ik ijs en koffie bestel zegt de serveerster ‘Gotcha’.

Hoor ik het goed? Nee, ik verengels een Japanse klank in mijn hoofd. Ik voer hier immers elke conversatie met gespitste oren en laat de woorden even in mijn hoofd zakken, in de hoop dat ze onderweg in een van de vakjes Bekende woorden vallen. Gotcha. Teveel  Amerikaanse films gezien.

Maar bij het afrekenen informeert ze naar mijn taal en vraagt vervolgens of ‘Gotcha’ een gepaste wijze van reageren is. Ze studeert Engels, ze wil het weten.

Ik zeg dat Amerikanen het prima zullen vinden maar Britten zich meer formeel  uitdrukken. Geen Gotcha voor hen.
Ik complementeer haar met haar Engels.

In ons 21 Century – hotel hebben ze de grootste moeite ons iets uit te leggen. Ze kan de tent daar zo runnen aan de frontdesk.

We lopen naar de brug. Daar toont een foto het verwrongen staal van de toenmalige spoorbrug na de atoombom. Mensen vluchten over de rails, naar de buitenwijken.

De stad wil meer zijn dan de A-bom, heeft 3 grote musea, een kasteel en staat bekend om haar rivieren. Maar we komen allen voor de herinnering aan dat ene, ontzagwekkend grote.

27

Morgen naar het Peace Memorial Park, het episch centrum van de inslag.

Ondertussen in Kurashiki en Yasugi, 10 september 2016

Opgestaan. Douchen doe ik in de gemeenschappelijke badruimte. We zijn wel in een herberg nietwaar. Drie douches naast elkaar op een meter hoog met een 20 cm hoog stoeltje en een biipassende spiegel. Een klein teiltje fungeert als de traditionele kom waarmee je je bevochtigt. Eenmaal gereinigd kun je in het hete bad. Er is een apart bad voor mannen en vrouwen. Het bad hoef ik nu niet te delen. Er is verder niemand. Het verkwikt waarlijk.

Ook het ontbijt is Japans. Op een vuurtje op tafel bakken we twee minuscule platvissen en vissen we talloze kommetjes leeg.

18

We zien de historische binnenstad nu bij daglicht. Aan de rand ligt een park met het Aschi-heiligdom. De eerste stenen uit het jaar 700 zijn er nog, omwikkeld met touw waaraan net als op andere plekken witte linten zijn gebonden. Het Ohara kunstmuseum heeft impressionistische schilderijen van alle grote Franse schilders. Industrieel Ohara was er op tijd bij destijds en daar plukken we nu de vruchten van. Een prachtig Zicht op Overschie van Signac. Molens, een vaart. In lichtblauwe en witte vierkantjes op doek geboetseerd. Naar Kurashiki om Holland te zien.

Een portet van de grote liefde van Mogdliani. En een man-en vrouwfiguur van Giacometti.

Weer op straat is het warm. Daar gaat het uitbeelden en creëren verder, het is zaterdag, op pad met je lief.

19

We reizen naar Yasugi. In tweeëneenhalf uur van zuid naar noord op het eiland West Honshu.

20

Een klein station van een provincieplaatsje. Waaraan zie je dat? Weinig reuring op het station, de forensen die zich doorgaans op deze tijd op de perrons verzamelen, werken elders.

Wij stappen als enigen uit en een paar losse reizigers gaan aan boord. Een loopbrug voert over het spoor, er is geen lift. Bagage omhoog en bagage omlaag. Voor het eerst ontbreken tourniquets.

Het ziet er vriendelijk en ingetogen uit. In de hal verkoopt men lokale specialiteiten. Kado’s zijn belangrijk, dat zien we niet voor het eerst. Het stationsplein is verlaten. De twee taxi’s die later arriveren doen een meditatieve dienst.

We wachten op de shuttlebus naar het Adachimuseum, de reden dat we hier zijn. De laatste bus levert ons af bij het museum, in het midden van nergens. Rijstvelden, een provinciale weg, een paar huizen, restaurants en ryokan Saginoyuso, naast het museum. Daar overnachten we vanavond. Morgen om half 9 zijn we de eersten in het museum en de rest van de ochtend zijn we daar.

‘s Middags reizen we dan door naar Hiroshima. Het diner ‘s avonds is weer bijzonder. In een ruimte alleen voor ons zitten we naast elkaar aan een tafel. Aan de andere zijde staat de kok en reikt de gerechten aan. Zachte sake verwarmt de verse vis en het aan tafel gekookte vlees.

21

We nemen een prive-bad en slapen in.

Ondertussen in Hakone en Kurashiki, 9 september 2016

We reizen vandaag ruim 600 km van Hakone naar Kurashiki, bezoeken eerst nog een museum, gebruiken 3 bussen en 3 treinen. De treinreis duurt ondanks de 2 overstappen en de 616 km maar 4 uur en een kwartier. Van Odawara naar Okayama reizen we met de hogesnelheidstrein Shinkansen en dat scheelt! Zo kan een treinreis ook zijn: ruime zitplaatsen, serene stilte (bellen verboden), op de minuut op tijd.   

15

Het hoogtepunt was echter het openluchtmuseum in Hakone. Vroeg op, half 8 aan het Japanse ontbijt (dat wederom een culinaire belevenis was, van het zeer zacht gekookte ei dat voor me werd gebroken en in ketjap gelegd tot de verse vis en de onbenoembare specialiteiten).

De bus even na achten lukt vanaf de ryokan bij Ashinoyu/Hakone en we stappen uit bij Ninodaira. Dat voelt als een hele prestatie omdat er weinig leesbaar is op Japanse bushaltes. Maar laten we niet overdrijven. Vragen helpt en zeker hier gaat niemand dat uit de weg.

Om 9 uur stappen we het museum in, in de open lucht niet waar, en voor ons opent zich een adembenemend mooi aangelegd park met paden die klimmen en dalen langs glooiende hellingen, begroeid met een harmonie van bomen, planten en fris gras. En in dat briljant ontworpen landschap staan beelden gestrooid die de top van het beeldhouwwerk van de laatste 100 jaar zijn.

Waarom ontroert schone kunst? Schoonheid die zonder beheersing binnenvalt, je doet zuchten, want het bestaat, perfectie, verbeelding, tot tranen toe is het echt en raak. We konden hier een uur en 3 kwartier zijn en we hebben tot de laatste minuut nog een allerlaatste blik geworpen op wat steeds weer een nieuwe voltreffer was.

16

Dan de bus terug naar Ashinoyu, bagage ophalen – de herbergier vertelt dat hij in onze tas wil kruipen om mee terug naar Nederland te gaan waar hij al vier keer is geweest – weer naar de bushalte, waar de bus 15 minuten te laat is – hoe ongewoon! we zijn al helemaal ingeburgerd – en we net de trein in Odawara halen die 2 minuten later vertrekt. Pfffff. Na een kwartier overstappen in Mushimu en dan zitten we 3,5 uur prinsheerlijk in de Shinkansen naar Okayama. Het lokale treintje brengt ons naar Kurashiki waar we rond 18 uur de ryokan betreden. Dames in kimono snellen aan, reiken ons slippers aan en parkeren onze schoenen bij de rest van de verzameling (die aan het eind van de avond in slagorde weer staat opgesteld in het voorportaal, neuzen gericht naar de deur). De kamer met deuren van rijstpapier en tatami-matten oogt al bekend, kimono’s worden getoond. Het diner van de dag wordt geserveerd op de kamer, we eten zittend op de grond, de tafel dus lager dan gisteren. Ik tel 7 gangen met kleine hapjes, de een na laatste rijst en misosoep. Voor als je nog honger hebt denk ik… Daarvoor een parade van smaken en bijzonderheden. In een hapje geelvin-makreel, zeebrasem en inktvis.

Kurashiki heeft als een van de weinige Japanse steden een historisch centrum behouden. Lage houten huizen langs een gracht omsloten door zijstraten met dezelfde signatuur. Dit was Tokio, en de Japanners stromen toe om het te bewonderen.

17

Ik schrijf dit verhaal en val om 2 uur in slaap. Als een roos op de zachte grond.

Ondertussen Hakone, 8 september 2016

Om 8.04 op de trein naar Odawara vanaf Shinjuku station bij ons hotel in Tokio. Het station is zo groot dat we tevoren hebben verkend welke ingang, looproute en perron ons doel zijn. We zijn ruim op tijd en schouwen de forensen die in draf de aankomende treinen verlaten. Donkere broek, wit overhemd, tas, geen das, geen jas. Een streepje in het shirt is toegestaan. Misschien is dat een hogere rang? Of een lagere? Of werkt meneer voor de creatieve industrie? Overigens opvallend weinig businessvrouwen in Tokio.  

Dan mogen wij. De stad uit. Na een uur verdwijnt de agglomeratie van Tokio en zien we platteland, rijstvelden en af en toe een dorp of kleine stad. Het begint te regenen. De trein rijdt onder een deken van zwarte wolken.

We zoeken in Odawara onze gids voor de dag. En hij zoekt ons. In een willekeurig kantoortje worden onze hulpeloze blikken herkend door een vriendelijk man. Er wordt gebeld en na een paar minuten is de gids gevonden. Ondanks een enorm bord Van den Berg is het ons gelukt hem te missen. Arigatoo, dank u!

Ja, Japanners buigen erbij als ze danken, en wij pogen dat ook. Het vergt overgave, tegen onze natuurlijke schaamte in. Zoals goed toneel diepe identificatie met je rol vraagt om te kunnen slagen, om ‘echt’ te zijn. Het danken wordt ook herhaald en vaak onderstreept. Thank you so very much. Thank you. Arigatoo.

De gids is rustig, voorkomend, en gepassioneerd Shinti-religieus.  Hij leert ons bij een bezoek aan de grote Shinti-tempel Hakone Jinja hoe we het heiligdom eer aan doen: voor de ingang twee keer buigen (de rug gekromd, de benen recht), dan twee keer in de handen klappen, dan nogmaals eenmaal buigen. Hij vertelt ons het verhaal bij andere rituelen. De wenskaartjes die een heel jaar in de tempel blijven uitgestald. Van de mevrouw die hoopt op een kaartje voor het concert van haar favoriete popster, want betalen kan ze dat niet. En we zien de liefde natuurlijk, altijd de liefde.

12
We rijden door de bergen. Het regent pijpenstelen. Enorme buien. We zitten in de staart van typhoon Namtheun die nu tot tropische storm is afgezwakt. De mist hangt in de kruinen van de laagste bebossing. En ook Mount Fuji hult zich helaas in nevelen. We zien haar niet.

In de omgeving ruikt het naar zwavel. Door het weer is de krater die dat veroorzaakt niet te bereiken. We doen het dus met de geur en de rookpluimtjes die aan de bergwand ontsnappen. En met de Kuro Tanago, het beroemde in vulkanische warmte gekookte zwarte ei, dat je leven met 7 jaar verlengt. De chauffeur geeft ons er 5. Japanners klagen niet, maar geven kadootjes. Dat is beschaving.

13

We lopen een paar honderd meter op de oude weg van Edo (Tokio) naar Kyoto. Keien, boomwortels, zo slingert het pad zich door het bos. 300 jaar geleden de handelsroute van Edo (Tokio) naar Kyoto. Bewaakt door forten waarvan er een vlakbij is gereconstrueerd. Ze wilden vijanden buiten en vrouwen binnen houden. Want die waren na kidnap  dankbaar middel om de tegenstander onder druk te zetten. Goede smoes om de verhoudingen man-vrouw naar je hand te zetten. Japanners lijken in niets macho. Maar met keizers, shoguns, samoerai-krijgers en hun sterke formalisme waarin veel omgangsvormen vast liggen, hebben ze er toch een eigen vorm voor gevonden.

In het theehuis langs die route drinken we ama sake, zoete rijstthee. En eten we mochy, een snack van pinda en rijst. Smaken die nergens mee te vergelijken zijn. Het vierkante gebouw is rietgedekt, heeft een aarden vloer, en binten. De 13e generatie zwaait nu de scepter, vertelt de zus van de eigenaar. Ze spreekt vloeiend Amerikaans-Engels. Waarom is zij hier geen directeur? Dat heb je bij oude handelsroutes.

Ruim 300 jaar werkt deze familie hier, en zij vertelt het met trots.  

De regen zet een tandje bij, hartstochtelijk daalt het water uit de hemel. Ondanks de paraplu zijn mijn sokken doornat.

14

Rond 16 uur arriveren we in onze eerste Ryokan, traditionele Japanse herberg. Schoenen uit bij de entree, grote voeten in kleine slippers steken, omkleden in kimono . Daarmee ga je naar de eetzaal en naar het zwavelbad. Wij zitten een uur later in een prive-badruimte met twee baden: een heet zwavelbad en een iets koeler sodium-bad. Heerlijk. De ruimte is verweerd. De zwavel groeit als mos op de leidingen en muren. Hier en daar verbrokkelt de kalk. Elk moment verwacht ik dat de gerant vraagt of we in 1910 opnieuw willen boeken.

We eten aan lage tafeltjes. Mijn knieën kunnen er net onder. Een Japans stel zit naast ons. Hij slaat onverstoorbaar eten naar binnen, zij giert het uit van de lach. Ik verdenk haar dat ze om ons lacht. Je bekeken voelen gaat nooit meer weg kennelijk. Ik ben weer even op de lagere school.  Ze serveren een diner van de dag, wij eten dus wat de pot schaft.

Dat is van hoog niveau. Rauwe vis, koud en warm vlees, ingelegde groenten, steeds bijzondere smaken, vers, verfijnd. We worden door een gastvrouw in avondkleding bediend, alles even soepel, gestructureerd en plezierig.

Dan slapen. De vloer bestaat uit rieten matten. De tafel aan de kant en er wordt een dun matrasje van een paar vingers dik uitgespreid. Ik val opnieuw als een blok in slaap maar wordt die nacht wakker van de spierpijn. Het ligt hard. Maar niet zeuren, dit wil ik meemaken. Wilma slaapt als een roos.