Ondertussen in Amsterdam, 14 april 2021

Soms is een nieuw begin zo spannend dat het me herinnert aan het schoolzwemmen, waar de kort amerikaans geknipte badmeester mij woensdagochtends onder water dompelde – om het te leren – en met een haak door het bad trok. 1966.
‘s Ochtends zat ik een uur met buikpijn op de WC alvorens zo langzaam mogelijk naar school te lopen, in de hoop te laat te komen voor de schoolbus, die ons van Slotervaart naar het AMVJ-bad op het Leidsebosje zou rijden, waar het vonnis wekelijks werd voltrokken. Ik was op tijd. Op de rug van de bank hing een wit lapje, alsof ik de rit ontspannen achterover zou willen leunen, het skai-leer van de stoel plakte aan mijn benen. Juf zat op de stoel voorin de bus, naast de chauffeur, die grappen maakte waar ze minutenlang om moest lachen. Ze zwaaide naar hem, terwijl ik de schapen volgde naar de bruine deuren, de geur van chloor, de gele tegels, het schemerlicht boven  het blauwe water zonder vloer. 
Als zesendertighonderd urenlange seconden later het wonder zich openbaarde en ik uit het donkere water bevrijd de terugweg mocht aanvaarden, zag ik als eerste de kalme blik van de Koepelkerk en het grijze Persil-gebouw aan de Stadhouderskade, naast het park, ze waren er nog, net als ik, de zon barstte uit de hemel, de stad zong, alle stoplichten sprongen op groen, de mensen zwaaiden op de Overtoom, naar de klas, naar mij, de overlever, ik  huppelde van school naar huis, zo voelde geluk.

2 gedachten over “Ondertussen in Amsterdam, 14 april 2021”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.