Ondertussen in Amsterdam, 6 januari 2020

Een wachtrij bij de oogarts. Een echtpaar parkeert aan de balie, ze passen niet in de administratie. Overleg over de verwijsbrief, gesoebat, de rij groeit naar het einde van de gang.
Een oudere man slaat de hoek om. Onder zijn pet een rond gezicht dat in de wangen zakt. Zijn mondhoeken hangen naar beneden, onvrede is op zijn gezicht getatoeëerd. Hij houdt in.
“Krijg de pest. Vanmorgen een half uur aan de telefoon gehangen en toen dacht ik, ik ken net zo goed langs gaan.”
Een verklaring aan de wereld. Die zwijgt. Hij ziet zijn list falen, wachten is het lot.
Hij kijkt om zich heen. Niemand om aan te klampen. Er lopen twee bouwvakkers langs.
“Oh aan ‘t verbouwen, zeker weer geld teveel.”
De file baadt in stilte. Een rij overleef je alleen.
Dan gaat zijn telefoon.
“Wat is dat nou?” Hij peutert met moeite zijn mobiel uit een zak.
“Ja?” Hij luistert.
“Ja, XXL. Waar ben je dan? Op het Osdorperplein of in Slotermeer?”
Het antwoord stemt hem tevreden.
“Ja, XL is ook goed. Nee, nee, dat kan wel.”
Hij hangt op.
Zijn de witte hemden in de aanbieding? Een man die zijn hele leven is aangekleed door zijn vrouw. Nu wordt er gevraagd naar zijn maat. Staat naast me een weduwnaar die kennis heeft gekregen aan een zorgzame weduwe? Zijn hemden zijn vergeeld en uitgelubberd, dat is haar niet ontgaan Ze is in de Hema en kan de verleiding niet weerstaan. Ik kijk naar zijn gezicht. Hij is een paar minuten in de zon geweest en gloeit na.
Hij voegt zich in de rij.

5 gedachten over “Ondertussen in Amsterdam, 6 januari 2020”

  1. Zó prachtig! Nu je toch meer tijd hebt kun je misschien het Parool (NRC mag ook) benaderen … voor een wekelijkse ‘stadswaarneming’.
    Van deze ‘gloei ik nog na …’ zo mooi.

  2. Wat een mooie uitsnede uit het dagelijks leven weer, Eric! Ik zal me nooit meer vervelen in een rij, dan kan ik zomaar iets missen!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.