De muts, blauw, de stok,
ze rusten uit
een man wacht op straks

De muts, blauw, de stok,
ze rusten uit
een man wacht op straks

Kijk je ogen uit
als niets gebeurt
dan lucht, water, stad

In het Oosterpark,
praatjes maken,
ja, dat is de kunst

Buiten gesloten
Binnen wereld
Onze taal denkt na

Een herinnering
opgeschreven
is weg, gegeven


Verstoken van taal,
zonder woorden,
ben ik sprakeloos

De slaap overviel me
die avond niet.
De wind is er nog

D”oude Neptunus
Man zonder zee
Houdt stand in het gras
Facebook is gestoord
man op zoek naar
teken van leven


Slagregens op straat
een fietser vlucht
Straks, de herfst, de kleur