
De watergeest
Het water
Bij de Ceuvel

De watergeest
Het water
Bij de Ceuvel

De wolken krabben
Lucht noch zon
Zoals het hoort

Waarschijnlijk werk ik
Om wolken te zien drijven
In de ogen van anderen

De koplamp kijkt vooruit
En laat de zon waar zij wilt
Vallen op onschuld

Daar ga ik zitten
Tegen over de ooievaar
En wacht op mijn vriend

De zon en het water
Verbergen een vreemd gezicht
Tot ze niet meer lacht



De vreemdelingen
Verlaten het museum
De zon schijnt buiten

Een zonnige dag
Ik fotografeer tot stilte
Op het oude plein




De kunstenaar
Heeft zijn strepen getrokken
En ons verbonden

De moderniteit
Is zo zacht in de avond
Beton, van fluweel