Afscheid van Dick van den Berg, Amsterdam 9 december 2020

Als het leven stopt, zoeken woorden je afdruk in ons. Ik doe een poging.

De laatste keer dat Dick zelfstandig van Voorburg naar Amsterdam reisde, was op 25 november 2017. Toen hij na afloop in tram 13 stapte, zocht hij zijn evenwicht, een voorbode van de valpartijen die eind 2017, begin 2018 zouden volgen. Hij ging van ziekenhuis naar huis, opnieuw naar het ziekenhuis, naar het revalidatiecentrum en uiteindelijk naar het woonzorgcentrum in Amsterdam.

Over deze periode heb ik een aantal korte miniaturen geschreven, uit fascinatie voor Dicks talent om tegenslag te relativeren en het leven in eigen hand te nemen. Dick was geen prater. Hij kon als geen ander in stilte leven. Vaak vroeg ik me af, wat gaat er in hem om? Ik vertel drie verhalen.

De val

Mijn schoonvader is gevallen. Niet voor het eerst. Het ziekenhuis begroet hem als oude bekende, al heeft deze jonge verpleger hem nog nooit ontmoet.
Op zijn hoofd pronkt een witte lap waarin de wond zich schuil houdt.
Onder zijn schedel voegt een nieuwe bloeduitstorting zich bij de erfenis van vorige week. Hij loopt al drie maanden wankel en bestrijdt dat – conform het zwaarwegende advies van de huisarts – door meer zout te eten.
Een diagnose van de medicijnman.

Dit is het tweede weekend dat een ambulance hem ‘s avonds op de spoedeisende hulp aflevert. Mijn schoonvader is daar niet uit het veld te slaan.
Hart op slag.
Bloed op orde.
Alle vragen onder de knie.

‘Waar bent u?’ vraagt de verpleger.

‘Johannes de Deo,’ zegt hij.

Zo heette het hospitaal drie fusies geleden. Grapje, die naam kent het jongere personeel natuurlijk niet.
De val heeft hij niet meegekregen en het is nu echt tijd om weer naar huis te gaan.
Als de neuroloog dat doorkruist met een opname ondergaat hij dat als is hij plots in een diepe plas gestapt.
Je had beter kunnen weten, maar je verzetten tegen natte voeten is nu zinloos.

Als de weg naar huis een paar dagen later via de operatiezaal blijkt te lopen, wordt zijn ommetje stilaan een hordenloop. Het is onder lokale verdoving. Maar ze boren wel een gaatje in je hoofd om het bloed te verwijderen.

Na afloop beschrijft hij gedetailleerd het aanzwellende geluid van de boormachine.
Vertellen is zegevieren.
Hij heeft de neurochirurg terloops gevraagd niet alle hersenen weg te halen.
Na de grappen komen ook evenwicht en lopen terug. Alles in de goede volgorde.
Als hij ontslagen wordt, zegt hij:

‘Lang gewacht, stil gezwegen,
toch de vrijheid herkregen.’

Ze geven hem in een wit plastic tasje nog een recept goede raad, en een doos adviezen mee. Hij neemt ze beleefd in ontvangst. Die bergt hij thuis op een vertrouwd plekje op. Het kan altijd een keer van pas komen weet je wel.
Die voeten worden vanzelf weer droog.

11 februari 2018

 

Riccardo

Mijn schoonvader verhuist over een paar weken naar een appartement met zorg. Restaurant, activiteiten, structuur.
Wat hem zwaar valt om te dragen, wordt uit zijn handen genomen. Hij is blij.
Op zondagmiddag halen we hem op uit het revalidatiecentrum om in de oude flat in Voorburg 45 jaar geschiedenis te monsteren.
Wat blijft historie, wat verhuist mee naar de nieuwe tijd?
Ik parkeer voor de hoofdingang van het centrum. Links en rechts patiënten in rolstoelen die de zon vangen. Sigaretjes, bleke gezichten.

Hij stapt in, ik start de auto. Niets. Nogmaals starten, en niets. Gesputter, ongeloof, niets!
Terwijl de familie per taxi vertrekt, bel ik de Wegenwacht.
Voor het stille publiek ontvouwt zich een urenlang schouwspel. Een groene auto die tot zwijgen is gebracht. Het duurt even. Men heeft met me te doen. Knikjes, een glimlach.
Al snel ontpopt een van de toeschouwers zich als een fan van het merk. We praten.
Hij kent mijn schoonvader.

‘We eten met Riccardo altijd aan dezelfde tafel hè.’

Riccardo? Mijn schoonvader heeft een oer-Hollandse voornaam. En, zo begrijp ik, is in het bezit van een pseudoniem dat hij al zeven weken geloofwaardig drie tafelgenoten voorhoudt. Ik zie hem stoïcijns reageren op zijn Italiaanse roepnaam:

‘Dag Riccardo’.

‘Morgen’.

De man kijkt voor zich uit.

‘Ja, Riccardo. Hij is natuurlijk een man van weinig woorden. Stil. Maar wij zeiden tegen elkaar, dit is een man die gezag heeft uitgeoefend. Op hoog niveau. Machtig moet hij zijn geweest ja.’

Hij legt zijn lippen op elkaar, tuit ze en knikt.

‘Misschien werkte hij wel voor de BVD.’

Ik kijk hem aan. Hij spreekt over mijn schoonvader, die laconieke man, die woorden spaart en in vrede dobbert in zijn private wereld waarin rituelen regeren en risico’s niet bestaan. Boodschappen bij Hoogvliet. Sinds 1972 huurder van een galerijflat. Eén glaasje wijn voor het eten. Kleine grapjes met een uitgestreken gezicht.

Agent 007, Riccardo Bond. Die 40 jaar werkte voor Calvé, Chevron en Texaco.
Een perfect alibi.

1 juli 2018

 

De speech

Aan de kerstlunch neemt mijn schoonvader onverwacht het woord. Met zijn rollator heeft hij zojuist de afstand naar ons huis klinker voor klinker overmeesterd. Lopen is op leeftijd een tijgergang.

Een speech. We kijken verrast op. Hij spaart al zijn leven lang woorden. Om ze bij gelegenheid een select publiek uit te serveren. Bij de verhuizing vonden we een schat aan oude toespraken. Door hem uitgesproken bij het huwelijksjubileum van zijn ouders, bij onze bruiloft en bij zijn afscheid van de oliemaatschappij. Ik lees woorden die de herinnering inhalen, want zo is het gezegd. Ik hoor opnieuw zijn grappen, uitgesproken bij zijn pensionering.

De lachsalvo’s rolden door de zaal, aangevuurd door verbazing over zijn presentatie en onderkoelde humor. Dat hadden ze niet achter hem gezocht, al die jaren. Werk is een goede schuilplaats voor persoonlijkheden.

Hij spreekt:

‘Ja, ik ben dit jaar verhuisd, en men vraagt nogal eens: ‘‘Het zal wel wennen zijn in Amsterdam?’’ ‘

Hij kijkt ons olijk aan. Dat is wat wij ook denken. Weliswaar geboren in Amsterdam maar na anderhalf jaar verhuisd en decennialang burger van de hofstad en omstreken. Een Haagse heer in Mokum.

‘En dan zeg ik: “Wennen? Ik woon hier vanaf mijn geboorte, weet je wel!”’ ‘

Hij glundert over de verrassing op onze gezichten als heeft hij plots zijn baard laten staan, een bloemetjesshirt aangetrokken en een bandana om de schedel gebonden.

‘Om met een bekende Amerikaan te spreken die ooit Berlijn bezocht: ik ben een Amsterdammer.’

Nu lijkt het alsof hij plaatjes draait en ons voor danst hoe de heupen te bewegen. Het is kerst. Alles is mogelijk.

11 januari 2019

Tot slot.
We hebben het meegemaakt, met jou Dick. Nu is het dierbaar geworden. Herinneringen.
Je kon meesterlijk zwijgen, observeren en ons vervolgens verrassen door snedig uit de hoek te komen. Innemend, bescheiden, veerkrachtig. Boven alles maakte je klein wat groot dreigde te worden, je manier om in het leven te staan. Dat is nu met een laatste zucht in vrede geëindigd.
Rust zacht Dick.

8 gedachten over “Afscheid van Dick van den Berg, Amsterdam 9 december 2020”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.