De pandemie (II)
Nu alle, alle tijd straks is en hier
haast ik mij uit de krant,
vragen mijden zinnen:
zinnen baren woorden
woorden eten letters
deze puzzel past de tafel niet
In één zin krast de columnist
zijn tekens in papier:
Verhinderen
Verbieden
Verlaten
Overtreden
Het bakmeel is uitverkocht,
zijn de kieren dicht gekneed?
Ik schud mijn hand,
de onaanraakbare, hoe deed ik dat?
Het gezicht waarmee ik spreek, verstijft,
een haperende stem schatert niks uit;
gelukkig, de verbinding is niet best
Mobiliseren
Frontlinie
Woningsdag
De taal is aangedaan,
ze mag me niet omarmen,
ik laat haar binnen
het is niet uit erbarmen
dat ik mijn woorden troost
Ik loop met je woorden mee en voel de herkenning.
Briljant Eric, jouw woorden in de nachtelijke quarantaine-uren