Ondertussen in Amsterdam, 19 juni 2018

Het cafe is leeg. De klandizie soest voor de deur in de avondzon. Ik haal twee biertjes, een man is me voor. Het licht stort zich uit over de bar. De druppels op de toog glinsteren, de tap staat in een bad van parels.

De man bestelt jenever. ‘Old or young’?
De jonge klare wordt door de barkeeper uit de holster onder de bar getrokken en met een woeste zwaai boven het borrelglas gebracht. Een statement. Twee mm onder de rand neemt de fles afscheid.

Dan zie ik mijn vader. Ik hoor hem zuchten: ‘Dat is geen borrel’. Hij zegt het meer feitelijk dan streng. Hij scheidt de bokken van de schapen. Toneel van vakmanschap.

Ik weet van hem, een borrel zonder kop is een half ei of nog erger, een lege dop. De kop is heilig. In de tempel van de drank regeren de rituelen.

Ik wacht op ons bier.

Mijn vader buigt zich naar het koude vocht dat bolt boven zijn glas. Hij zuigt zachtjes de overmaat naar binnen. Het genoegen verspreidt zich over zijn gezicht en daalt zijn lichaam in. Slokdarm, maag en darm.
Geolied, verwarmd en gehard door dagelijkse oefening. Nu kan het glas naar de mond worden gebracht en in teugjes worden geleegd.

Hij zit aan de bar en kijkt om zich heen. Ik kijk naar hem. Ik zoek naar woorden. Hij zoekt naar stilte.

Daar is het bier. ‘Zal ik het opschrijven’?

Ik zie, mijn vader is vertrokken.

Met twee glazen loop ik naar buiten, naar de zon, naar mijn vriend, naar vandaag.

6 gedachten over “Ondertussen in Amsterdam, 19 juni 2018”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.