Alle berichten van admin

Ondertussen in Amsterdam, 17 januari 2020

Tellen 

Soms moet je op je tellen passen,
om niet te verliezen wat je net hebt verworven. 
In het bijzonder als je tijd wordt geschonken,
drie uur, 
om te liggen
en dat waar te nemen
wat doorgaans ongezien blijft. 

Boven mijn hoofd tel ik

3 langwerpige rasterarmaturen, lichtbronnen,
in hoefijzer gerangschikt.
Ja, het cijfer 3 onthoud ik wel.

De 2 verticale rasters zijn langer dan de 1-ne horizontale.
Deze 2 hebben 22 korte en 3 lange schotten van aluminium,
die het licht in mootjes hakken en weerkaatsen.

Zo ontstaan 23 vakjes, 4 rijen naast elkaar.
Ik tel 92 vierkanten per armatuur.
De 2 verticale samen belichten 184 percelen.
Dat is nogal wat.
Ik tel ze nogmaals.
En pas op de uitkomst.

Dan de 1-ne horizontale nog.
Ze heeft 17 korte en 3 lange tussenschotten, die 18 kavels maken per rij.
De 4 rijen naast elkaar voegen 72 percelen toe.  

256 percelen, als tuinen die identiek afgescheiden zijn door  blinkende schuttingen.
Innerlijk maagdelijk wit als de 500 jaar oude Zen-tuin
in de Ryokan-hi tempel in Kyoto.
Ik zie door de rasters het park met de tempel verschijnen.
Het zet alles in het licht, deze tempel,
dit plafondpark van 256 percelen.
Uniek als het spierwitte schilderij
dat bestaat omdat de titel Niets I luidt.
Taal creëert.

Ondertussen geldt, pas op je tellen.
Je bent ze zo weer kwijt.
Ik maak een aantekening in mijn hoofd.
Geen onbeschreven blad, ik zoek een  hoekje met ruimte.

Dichter nog bij mijn hoofd kijken 10 glazen ogen me aan,
gevat in een ringvormige lamp.
Een lamp zonder lijf, in haar midden een zwijgend gat.
Er passen twee handen in.
Ik overweeg of een kinderkopje er doorheen kan kruipen,
maar dat is te delicaat.
Ik pas nog steeds op mijn tellen.

Aan het plafond, rechts van het park,
zweven 35 papegaaien in primaire kleuren.
Omdat ik al enige tijd de tuinen, park en tempel observeer,
is dat volkomen verklaarbaar.
Ze horen erbij.

Ze doen overigens maar wat,
die kamervogels,
luierend aan hun touwtjes,
kris kras door elkaar op die ene plek.
Als dieren bij elkaar blijven,
geklonken aan een locatie, is er eten.
Kan niet missen.
De papegaaien worden goed verzorgd.
Op hen hoef ik niet te passen.

De tandarts is bijna klaar

Ondertussen in Amsterdam, 12 januari 2020

De ontmoeting

De man die ik zo
juist had gevonden,
ontkleedt zich in de tram.

Zijn adem sluit de ruiten,
zijn mond schenkt zinnen,
blaast beelden tot bellen,
teer en waar.

Een vinger tekent
in het gordijn,
kier naar de betraande stad.
Het breekt hem niet.

De halte vergeten
stap ik uit
in straten
die niet vreemd mogen zijn.

Ik schud mijn hoofd,
een hond die uit het water komt.
Ik weet, alleen,
waar ik ben ingestapt.

De vriendschap was nog niet begonnen.

Ondertussen in Amsterdam, 6 januari 2020

Een wachtrij bij de oogarts. Een echtpaar parkeert aan de balie, ze passen niet in de administratie. Overleg over de verwijsbrief, gesoebat, de rij groeit naar het einde van de gang.
Een oudere man slaat de hoek om. Onder zijn pet een rond gezicht dat in de wangen zakt. Zijn mondhoeken hangen naar beneden, onvrede is op zijn gezicht getatoeëerd. Hij houdt in.
“Krijg de pest. Vanmorgen een half uur aan de telefoon gehangen en toen dacht ik, ik ken net zo goed langs gaan.”
Een verklaring aan de wereld. Die zwijgt. Hij ziet zijn list falen, wachten is het lot.
Hij kijkt om zich heen. Niemand om aan te klampen. Er lopen twee bouwvakkers langs.
“Oh aan ‘t verbouwen, zeker weer geld teveel.”
De file baadt in stilte. Een rij overleef je alleen.
Dan gaat zijn telefoon.
“Wat is dat nou?” Hij peutert met moeite zijn mobiel uit een zak.
“Ja?” Hij luistert.
“Ja, XXL. Waar ben je dan? Op het Osdorperplein of in Slotermeer?”
Het antwoord stemt hem tevreden.
“Ja, XL is ook goed. Nee, nee, dat kan wel.”
Hij hangt op.
Zijn de witte hemden in de aanbieding? Een man die zijn hele leven is aangekleed door zijn vrouw. Nu wordt er gevraagd naar zijn maat. Staat naast me een weduwnaar die kennis heeft gekregen aan een zorgzame weduwe? Zijn hemden zijn vergeeld en uitgelubberd, dat is haar niet ontgaan Ze is in de Hema en kan de verleiding niet weerstaan. Ik kijk naar zijn gezicht. Hij is een paar minuten in de zon geweest en gloeit na.
Hij voegt zich in de rij.

Ondertussen in Amsterdam,

13 december 2019

Wind en regen, drie vrouwen op een brug

Georg Hendrik Breitner, Wind en regen, drie vrouwen op een brug,1887

Niets

Ze zal 20 zijn
als ik de bloemen water geef,
zij nadert met vriendin,
ferme pas, een hand gebaart, haar stem
waait voor haar uit
de straat vast in,
de duif pikt in een korst en
ik kijk op.

De bloemen horen
woorden uitgespuugd,
onverstaanbaar ongeloof, een requisitoir,
de vriendin knikt, geen speld
tussen te krijgen,

Een zin valt in mijn oor:
‘Er was werkelijk niets, helemaal niets begrijp je, dat we hetzelfde hebben, geen hobby, geen interesse, niets’

Een dubbele boterham met worst en jam.
Wie smeert zoiets? Gevonden
op het aanrecht, je haalt ze snel
uit elkaar, voordat het boterhamzakje
zich sluit en in de tas verdwijnt.

Het was echt gebeurd, je zag het
aan de tango op de stoep, voorwaarts, afscheid
van de regen die met de zon
geen regenboog wilde worden.

Ik kijk haar na, het gesprek waait
naar andere huizen, die het ook moeten weten,
beleven, dit onrecht, het on-geluk,
toeristen, zakenmensen, ja zeker
de winkeliers op de begane grond
draaien hoofden naar hun raam.

We zwijgen er over
in de straat de dagen daarna,
maar iets in de slager,
is veranderd, hij snijdt het lapje
alsof met zijn mes mee
een gedachte beweegt

en dat verrast me niet.

‘Niets’, Ondertussen in Amsterdam, 14 januari 2019

Voorgedragen bij de presentatie van het boek
‘Spiegel van de werkelijkheid, 19e-eeuwse schilderkunst in Nederland’ van dr. Jenny Reynaerts, senior conservator 19e eeuw van het Rijksmuseum,
13 december 2019 in het Rijksmuseum.

Ondertussen in Amsterdam,

13 december 2019,

Als men oud wordt

Als men oud wordt, Jozef Israëls, 1873

De tijd

Een kop koffie in het woonzorgcentrum. 2018.
Mijn schoonvader kijkt voor zich uit. Zoekt hij woorden?
Zijn ogen maken contact met de ruimte. Tussen ons in twee kopjes op een tafeltje.
Ik wacht. Ik weet, hij neemt de tijd.

Op zijn gezicht geen begin van een gesprek.
Geen frons die vooraf gaat aan een verzuchting. Geen glimlach die een anekdote aankondigt.
Hij kan meesterlijk zwijgen.

Ik volg zijn blik. De oude actrice zit gebogen over haar telefoon.
‘Hoe kan dat nou, ik begrijp er niets van’. Haar stem neemt de ruimte. Maar het apparaat luistert niet.
Een wolk van gemopper, die onmacht druppelt.

Ik sta op en zie dat datum en tijd een avond in 2012 aangeven. Een ander leven. Herinneren kan troosten. De telefoon probeert het, maar vergeefs.
Je kunt maar beter onder ogen zien hoe laat het is.

Ik zet de data in het nu. Ze kijkt op het display en herhaalt wat ze leest:
‘Is het 20 over 11? En vandaag 28 november?’
Als ik het bevestig, glundert ze.
‘Zo zie je maar, je moet een man om je heen hebben.’

Mijn schoonvader keert terug van de WC. Zal ik haar stoel bij hem aanschuiven? Ze pakt haar mobiel, belt een naaste en het moment is voorbij.
Ik hoor haar zuchten:
’Wat zal ik zeggen, ik ben ongelukkig’.
Ik kijk naar mijn schoonvader.
Zijn gezicht is windstil. Zwijgen is leven.

Ondertussen in Amsterdam, 28 november 2018

Voorgedragen bij de presentatie van het boek
‘Spiegel van de werkelijkheid, 19e-eeuwse schilderkunst in Nederland’ van dr. Jenny Reynaerts, senior conservator 19e eeuw van het Rijksmuseum,
13 december 2019 in het Rijksmuseum.


Ondertussen in Amsterdam,

13 december 2019,

Schaatsers bij een Hollandse stad

Andreas Schelfhout, Schaatsers bij een Hollandse stad, 1857

Ingesneeuwd

Nu het sneeuwt,
de stad is opgemaakt,
blijven je voeten waar
ze niet meer lopen,
bleek en hartstochtelijk mooi

Tot de ramen zijn bedekt,
poolhonden ons gidsen
naar Albert Heijn,
kinderen uit iglo’s kruipen,
het carnaval van sledes beweegt,
en de wegen wachten,
brak en ijzingwekkend vrij

De buurman leegt
een vergeten blikje vis
op zijn boterham tevredenheid,
betwittert in zijn hol
de schuldigen
die ijs en weder laten,
de grenzen ontsluiten
voor kou,
asiel bieden
aan vlok en vijand,
de anderen
de weerman ja

De weerman, hij
ziet alle buien hangen,
en vergeet te zwijgen,
tragische boodschapper
die het liegen is verloren
en zijn vinger legt
op hoge druk.
Gezag heeft een gebaar.

Bij de kassa in de rij getagt,
zijn duizend schermen in
krijgsberaad over zijn lot,
die weerman,
puzzelwoord voor
mannelijke heks,
een publieke omroeper, ongehoord.

Als met het ijs ten slotte
meningen smelten
verbeiden stemmen
de dag dat winter vlucht
haar sporen wissend
tot water voor de laarzen
van het kind dat plonst en zingt,
naast het blad dat door
de knop heen

breekt en leeft

‘Ingesneeuwd’, Ondertussen in Amsterdam,
22 januari en 5 december 2019

Voorgedragen bij de presentatie van het boek
‘Spiegel van de werkelijkheid, 19e-eeuwse schilderkunst in Nederland’ van dr. Jenny Reynaerts, senior conservator 19e eeuw van het Rijksmuseum,
13 december 2019 in het Rijksmuseum.