Alle berichten van admin

Ondertussen in Velp, september 2020

“ Jaa, de wijn smaakt prima hooor.”

Hij kijkt naar de ober of hij overhoord wordt, onzeker of hij het antwoord op de volgende vraag paraat heeft. Beter is het aan het woord te blijven en het onderwerp te bepalen. Corona. Zijn vrouw hoort aan. Ze is niet voor het eerst zijn publiek. En vanavond niet de enige, nu zijn stem de middengolf van het restaurant claimt.

“Kijk Nicole, het zijn de jonge mensen begrijp je, die zoeken mekaaar op, en dat is logisch, het is ook niet simpel, dat zeg ik niet, dat zeg ik zeeker niet Nicole, maar luister, zo zit het duus, en dat verspreidt zich via de jongeren, via de jongeren naaar ouders en naaar grootouders. En daan heb je de poppen aan het dansen.”

De man walst zijn woorden als goede wijn in de mond, de waarheid proevend alvorens ze te laten ontsnappen. De reactie van zijn vrouw speelt zich in stilte af, Ze moet de ruimte gevonden hebben voor een bemoediging, een tegenwerping of een vraag. waarvan de echo weerklinkt in zijn antwoord.

“Nicole, dat heeft elke familie luister, luister, ik zal het uitleggen, jij bent duidelijk een type, daar zijn er meer van, niet zoveel, maar ze zijn er wel …. “

Een tovenaar die de wereld verklaart,
die alles begrijpt,
langs de deuren trekt om gerust te stellen,
die sust en luwt,
met een grote handdoek op het vuur slaat,
de stilte wantrouwt en blust met woorden,
die onuitputtelijke stroom gul, gul laat vloeien,
die voor de deur met fluitje het verkeer regelt,
de buurvrouw geankerd doet oversteken,
onderwijl de regels uitleggend,
en waarom ze niet worden nageleefd,
niet kúnnen worden nageleefd,
terwijl het nodig is,
maar niet gebeurt,
niet kán gebeuren,
want,
dat kan niet vaak genoeg gezegd worden,
en hij weet het,
hij weet het,

horen is geen luisteren.

Ondertussen in Ellecom, 21 september 2020

Als zijn vrouw het toilet bezoekt, ontfermt de man zich over de hond. Het beestje dribbelt nerveus op de korte pootjes, het haar dansend rond de ogen. Aan het stel van de naburige tafel zegt hij verontschuldigend:
“Het hondje volgt mijn vrouw overal. Als ze naar de douche gaat, of naar de WC, ze ligt voor de deur en wacht.”
De buren zijn onder de indruk:
“Ach wat schattig”.
“Ze laat zich voortdurend horen”, herneemt de man, “en je kunt het niet negeren. Het is eigenlijk een onmenselijke taak.”
“Dat zit in het ras”, weet de buurvrouw.
“Nee, in haar”, corrigeert de man. “ Ze heeft een trauma.”
De horeca is het domein waar vreemden geheimen delen. Twee tellen belangstelling en de sluis gaat open:
“Ze weet dat het niet mag maar dan lijkt t of ze het juist niet kan laten. En corrigeren helpt niet, dat maakt het erger.”
De man verhaalt blijmoedig over zijn overgave.
“We doen thuis alles dicht zodat ze geen prikkels krijgt, maar ja, ze horen alles hè.”
De buren knikken, diep onder de indruk van de leeftijdsgenoot die zijn lot zo dapper draagt, en het keffertje toe fluistert:
“Je bent mijn hondje he, jaa.”

Ondertussen in Amsterdam, 18 september 2020

Troost

We zijn in het café in gesprek als de man mijn vriend aanspreekt:
‘Hé man, ga je vreemd?’
‘Ja, zo is het, ik ken hem langer dan jou, weet je.’
Hij kijkt naar mij en stelt me voor. De ander schuift op het uiteinde van het bankje, blaast rook uit een glazen pijpje en wijst:
‘Weet je wat zo fijn is? Je stinkt niet uit je bek van dit spul. Als ik vroeger thuis kwam bij mijn liefde, mijn eerste vrouw, en mijn tweede” – hij lacht – “en mijn derde, dan moest ik eerst douchen en verkleden voor ik me kon vertonen. Dat is niet meer.’
Bedoelt hij het omkleden of de liefde?
‘Ik ben ooit wel gestopt hoor. Maar na een paar jaar toch weer begonnen.’
Hij is even stil als de herinnering zich opdringt.
‘Ik zit op het Griekse eiland op het terras als ik mijn vrouw langs zie lopen. Hé, ze zou toch bij de kleine jongen zijn? Ze loopt naar de brievenbus en post een envelop. Toen begreep ik, ze heeft na anderhalf jaar nog steeds contact met die goser. Ik ben opgestaan, rechtstreeks naar de tabakszaak gelopen en weer begonnen.’
Roken troost. Heel even.

Ondertussen in Amsterdam, 17 juni 2020

In de rij bij de supermarkt. Het stokt 50 centimeter na de ingang. Mensen zwermen rond groente en fruit, verenigd als de witlof die in een kistje warmpjes opeen gedrukt wacht op de hand die haar plukt.

Bij het fruit aarzelt een vrouw tussen aardbeien, bramen en frambozen. Twijfel kan een mens overal overvallen. Ik sta stil en kijk hoe ze een stap naar rechts en naar links maakt. Ik beweeg als een bokser in verdediging mee. Hoofd naar achter, hoofd naar voren. Een klant wringt zich tussen ons in en trekt een doosje zomerfruit naar haar toe.
“Heb je haast”, vraag ik? “Ik sta ook te wachten”.
Het ronde hoofd beweegt op een paar decimeter afstand door de schrale lucht.
“Ja inderdaad, sorry”.
Ze spoedt zich naar de groente, waar de klanten grazen in de bakken en elke onverhoedse beweging een aanraking betekent. De huidhonger is onmiskenbaar.

Veel is nog onbekend over het coronavirus, maar één ding staat vast. Het verdwijnt als eerste uit het bewustzijn – de precieze locatie daarvan in de hersenen is ondanks de opkomst van de biologische psychologie nog steeds een raadsel – en daarna pas uit het lichaam. Geruststellend voor iedereen die weet dat ontkenning onze eerste verdediging is. Dat heeft de psychologie dan weer wel uitgezocht. Op die mentale kwaliteit kunnen we altijd terug vallen.

Na een korte opleving van de overheid waarbij we ons verlieten op haar aanwijzingen en de naleving vooroorlogse hoogten bereikte – rattenvangers als Baudet en enkele zieltogende BN-ers daargelaten, hun bestaan is nu eenmaal noodlottig gefundeerd op aandacht – heeft het gezag zich weer teruggetrokken achter haar bureau en regeert de papieren werkelijkheid als vanouds de maatschappij. Die heet nu 1,5 m samenleving. Taal creëert vrijheid. Ook voor oude gewoonten.
In Amsterdam is de gemeten dosis coronavirus in het riool in een week tijd vertienvoudigd, bleek op 10 juni. Alles is anders.
Gelukkig doen we weer normaal.

Ondertussen in Amsterdam, 28 mei 2020

De pandemie (V)

We wandelen naar Aalsmeer
kruispunt, slootjes,
drie kinderen meten zich
aan de Westeinderplas

Het station is fietsenwinkel,
verhalen vertrekken op tijd,
op de spoordijk lopen voeten,
het huis heet Rozenoord

Een meisje met ronde lach
zingt, houdt in
als ze passeert,
voor een glimlach

Auto’s overstemmen fietsers, wandelaars
hinkelen op scheve tegels,
vrij, vrij

ik vang woorden
om later op te zetten

In een lage polder drijven
grijze fabrieksdozen,
Hoogvliet kweekt asfalt
in de voortuin,
water troost lelijkheid,
een oude heer groet,
op het dak van de Waterwolftunnel
groeien zomerbloemen.