Ondertussen in Amsterdam, 22 augustus 2018

Uit huis

De oude meubelen van mijn schoonvader zijn aan de kringloop afgestaan.
Hij heeft het afscheid verwerkt voordat de deur is dicht gevallen.
Stoelen, tafel en kasten worden op maat van zijn nieuwe huis aangeschaft.
‘Zaterdag samen naar IKEA?’ stel ik voor.
‘Neuh, doen jullie dat maar. Dat is te druk.’
Het komt ferm uit zijn mond.
Het buitenland trekt niet meer.
‘Heb je een voorkeur voor kleuren?’
‘Doe maar iets lichts of zo.’

Een maand later betreedt hij de woonkamer en loopt meteen naar de grote grijze fauteuil.
Hij laat zich zakken.
Een stoel aan de muur, handen op de leuningen, overzicht.
‘Hoe vind je het?’
‘Mooi. Netjes. Geweldig bedankt.’
Daarmee was het klaar. Waarom zeuren en treuren als het niet bijdraagt aan overleven?

We pakken het laatste uit.
Een schaar.
Oude giro’s.
Een gebedenboek.
Een paar herinneringen passeren die aan de sanering zijn ontsnapt.
Verweesde kostbaarheden.
Enveloppen met kinderfoto’s, door de jaren heen aan opa en oma gestuurd.
Een foto uit de krant van de zilveren penning bij zijn 25-jarig jubileum als scheidsrechter. Hij lacht uitbundig, zijn hoofd gericht naar twee mannen in pak.
Prentjes van onbekende collega’s, innig en vrolijk, mijn schoonvader zwijgend in de hoek.
Het kan hem niet bekoren.
‘Zo is het wel genoeg met foto’s‘
Hij legt de stapel naast zich neer, op de laatste verhuisdoos, die tot bijzettafel is gemaakt. Ik weet, die doos heeft voor jaren een plek in zijn opstelling veroverd. Ik bestel meteen een houten invaller en transfereer de voorganger naar de vergetelheid.

Enkele foto’s vinden hun rustplaats in het TV-meubel. Forensisch onderzoek zal daar nimmer actuele vingerafdrukken van hem vinden. Wat rest hoeden we van vreemde vingers op de rommelmarkt. Of van de pulp die volgt op verbanning naar de hardstalen papiercontainer op de hoek.
De pleegkinderen vinden bij ons onderdak.

Het verleden is uit huis gegaan.
Hij houdt zijn deuren gesloten. En strooit de sleutels uit het zicht van zijn herinnering.
‘Ik ga vast naar beneden!’
Hij schuifelt naar de rollator. Op tijd komen telt als je nieuw bent. Het is borreltijd, het uurtje voor het eten. De nieuwe gewoonte. Hij loopt naar de lift.

Het glaasje wijn houdt hem vast.

Het schoolplein

Hoe zoek je in het woonzorgcentrum de weg als nieuweling van 87? Oude gewoonten werken niet meer, nieuwe zijn nog in de maak. De eerste dag graaf je een geul in het zand, de tweede dag loop je de gebaande route. Daarna drogen de keuzen op, worden oplossingen routines, en zoek je het gezicht van gisteren.

Samen het diner. Dertig bewoners aan vijf tafels. Als we vragen hoe het gaat, zegt hij:
‘Goed, goed. Ja, nog niet zoveel aanspraak, maar dat is logisch natuurlijk.’
We vragen door waar tussen de woorden oordelen schemeren.
Hij vertelt dat hij nu aan een andere tafel aanschuift.
Na de eerste dagen is hem de wacht aangezegd door de groep met spraakzame, mentaal gezonde buren.
Ze hebben het al gezellig samen en wordt het niet wat krap met die nieuwe meneer?

Het schoolplein op de basisschool, de populaire kinderen die pronken en prikken, anderen die schuilen in hun schaduw en oordeel.

Aan de nieuwe tafel gilt een meneer in korte commando’s zijn bestelling over tafel. Eten, innemen, niet converseren.
‘Hoe sluit ik déze deur?’ denkt mijn schoonvader.
Uiteindelijk voegt hij in bij een advocaat en architect en vertelt ons kalm kleine anekdoten over de nieuwe kennissen.
Voorspelbare mensen.
Beleefd.
En ach, iedereen heeft wel wat.

We halen voorzichtig adem.
Vandaag niet naar het werk fietsen met zorg over ons kind op het schoolplein.

7 gedachten over “Ondertussen in Amsterdam, 22 augustus 2018”

  1. Tijdje zitten denken, toen nog eens gelezen, ja, dit is wel een blijvend beeld .. Brel bezong les vieux al eens , werd je ook niet vrolijk van maar zoals met dit verhaal .. het blijft onvermijdelijk mooi.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.