Ondertussen van Ryozenji naar Anrakuji, 17 september 2016

Per trein reizen we van Takamatsu naar Bando met overstap in Itano. Onze bagage blijft in Takamatsu behoudens het meest noodzakelijke voor 1 overnachting.

In Bando lopen we naar het startpunt voor onze tweedaagse pelgrimage: de tempel Ryozenji. Wij bezoeken 10 tempels van de traditionele pelgrimage langs 88 tempels op het hoofdeiland Shikoku (waar ook Takamatsu toe behoort). Zouden we alle 88 lopend aandoen dan duurt de tocht 6-8 weken. Vandaag leggen we 18 km af, morgen 12.

De reis langs 88 tempels (八十八ヶ所巡り hachijūhakkasho-meguri) is Japan’s beroemdste pelgrimage. De fameuze monnik Kōbō Daishi (弘法大師) die eind 8e eeuw werd geboren, heeft een groot aantal tempels zelf gebouwd of ze een nieuw bestaan gegeven. Hij wordt vereerd. Gisteren zagen we op de route naar tempel 84 in steen gehouwen wijsheden waarmee de meester ons nog steeds onderwijst.

41

De pelgrimage doet je in zijn geest en gezelschap verkeren en zoals alle rituelen geeft het kracht als het ritueel betekenis heeft. Over dat laatste geen twijfel hier.

100.000 pelgrims (genoemd o-henro-san), maken jaarlijks deze tocht, de meesten per tourbus (mijn automatische spellingcorrectie maakt van “tourbus” You Tube; dat kan natuurlijk ook, een digitale pelgrimage). We komen heel wat liefhebbers tegen in georganiseerde groepen.

1000 gaan te voet. Je ontmoet enkelen onderweg, lotgenoten. Een praatje, verbazing dat buitenlanders de route lopen en een hartelijke groet.

Je herkent ze aan hun witte jack (byakue) en (bij voorkeur paarse) sjaal (wagesa). Op het jack staat Dōgyō Ninin), dat “twee reizen samen ” betekent (de ander is de geest van Kobo Daishi). Verder de strooien hoed (sugegasa) en de wandelstok (kongōtsue).

42

Wij schaffen ook een byukue aan en merken dat we aan het witte hesje met opdruk op de rug herkend worden door de bewoners van de dorpen die we passeren. Groeten, aanmoedigingen, en ook hulp. Opeens gaat er een raam open en vraagt een man met zijn vingers: naar zes? En hij wijst naar links waardoor we op het laatste moment goed lopen. Net op dat punt ontbrak een van die instructieve bordjes met de afbeelding van een pelgrim en gaf de kaart geen uitsluitsel. Hij heeft waarschijnlijk al veel mensen verkeerd zien lopen en weet dat hij een belangrijke rol vervult.

43

We vinden twee aangename locaties voor lunch en koffie. Het is overvloedig en vriendelijk. Ik weet weer hoe bijtanken fysiek voelt.

Pelgrims verzamelen rode stempels bij elke bezochte tempel in een boek genaamd nōkyōchō or shuincho. Dat doen wij ook.

Nadat de zon je op de proef heeft gesteld, en de vermoeidheid in je benen zakt, voelt het bereiken van de tempel als het binnentreden van de oase. Je reinigt jezelf bij een reservoir door water op je handen te scheppen met een bakje aan een lange stok.

44

En dan scoor je een stempel in je boek. Een stempel? Drie rode stempels worden zorgvuldig geplaatst en verdeeld over de bladzijde. En dan kalligrafeert men met zwarte inkt een aantal karakters er doorheen. De bewegingen zijn van een schilder. Dikke en dunne zwarte lijnen vloeien uit de penseel.

Je ontvangt ook nog twee papiertjes die je bewaart in een zakje dat bij het boekje is geleverd. Later blijkt dat daar een apart album voor bestaat.

Dit ritueel, kosten 300 yen (2 euro 70), hebben we bij vijf tempels beleefd: Ryozenji, bij de start om 10.30 uur, Gokurakuji waar we rond 11.15 uur aankwamen, Konsenji om 12.30 uur, Dainichiji om 15.30 uur, en Jizōji on 16.20 uur.

45

We komen uiteindelijk na 18 km lopen om 18.10 aan in Anrakuji, tempel zes waar alle nachtgasten om 18 uur al aan het diner zijn gegaan. De late aankomst laat ons tot morgen wachten op het zesde stempel en toebehoren.

Het zweet loopt nog over mijn gezicht. Opfrissen, en snel eten want om 19 uur wacht de ceremonie. We zijn moe maar willen dit meemaken.

Het is een Japans boeddhistische plechtigheid. Een kerkdienst of mis zou het vanuit onze traditie zijn.

We krijgen een klein tasje met daarin een takje, een kaarsje, een houtje en een aantal papiertjes.

Op een van die papiertjes schrijf je je naam en die van een overleden voorouder. Die bind je aan het takje. Op het houtje schrijf je een wens. Als voorbeeld worden gegeven: “World Peace, Driving Safety, Family Safety, Bodily Health”.

De dienst begint met monotone gebeden die de Japanners nazeggen, onderbroken door gongslagen. Daar zou wel wat psalm-melodie bij kunnen. Daarna betreden we in processie het binnenste van de tempel. Japanners eerst, met 3 Europeanen en 2 Australiers voegen we in de staart in.

Bijzonder om te ervaren, tot dusver zagen we van tempels alleen de buitenkant.

We werpen het tweede, voorgedrukte briefje in een bus en raken het beeld aan dat er naast staat. Dan steken we in de volgende kamer het kaarsje aan en zetten dat in een bakje in stromend water. Over de hele lengte van de achterwand is een baan van 50 cm breed water waarin de kaarsen met de stroom bewegen. Een vloot van licht. In het water vinden we eilandjes waarin we onze takjes plaatsen. En aan het einde van de ruimte leggen we ons houtjes op een vuurtje en gaan de wensen in vlammen op.

In de derde kamer gooien we wat gruis van het ene op het andere stapeltje en groeten het beeld dat daarachter staat.

De daaropvolgende Boeddha omcirkelen we zingend drie keer, geleid door de priester. Ik zie helaas pas aan het einde wat er gezongen diende te worden. De laatste kamer bevat weer een Boeddha die we over been en hand strelen en vervolgens groeten. Sommigen laten een muntje vallen aan zijn voeten. Dan is het voorbij en wordt de betovering verbroken.

Ik neem nog een bad in de gemeenschappelijke voorziening (mannen en vrouwen eigen ruimten). We slapen vroeg, om 6.30 uur wacht het ontbijt, nog 4 tempels te gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.